Medezeggenschap

Wie is de overlegpartner van de MR, GMR en deelraad?

In de WMS, de Wet Medezeggenschap op Scholen, wordt de term het “bevoegd gezag” gehanteerd.  Met het bevoegd gezag wordt bedoeld degene(n) die eindverantwoordelijk is binnen de stichting of vereniging. Meestal is dat het bestuur. In de WMS en in uw eigen reglement zult u ook dikwijls lezen dat het bevoegd gezag de MR of GMR van informatie moet voorzien en dat het bevoegd gezag de overlegpartner is van de MR en GMR.

Toch komt het in de praktijk maar zelden voor dat de MR en GMR overleg hebben met het bestuur. De MR heeft bijna altijd als overlegpartner de directeur van de school, of in het voortgezet onderwijs, van een locatie of afdeling. Hoe kan dat?
De WMS stelt in artikel 6, lid 5, dat het bevoegd gezag een lid van de schoolleiding kan opdragen de besprekingen met de MR te voeren en als het bevoegd gezag dit opdraagt, dan is daarmee de directeur of locatieleider de formele overlegpartner van de MR geworden. Betekent dit dat de MR van een school dan nooit overleg voert met het bestuur? Inderdaad, maar de WMS stelt in een ander artikel, namelijk artikel 24, lid 1, sub e, dat als het bevoegd gezag de schoolleiding heeft opgedragen om namens hem het overleg te voeren met de MR, in het MR-reglement opgenomen moet worden in welke gevallen het bestuur zelf het overleg voert met de MR. Als u gebruik maakt van het voorbeeldreglement van “InfoWMS”, dan kunt u in artikel 34 lezen in welke gevallen de MR overleg heeft met het bestuur.

In het voortgezet onderwijs zijn vaak per locatie of afdeling deelraden in het leven geroepen. In dat geval zal de overlegpartner van de deelraad de locatiedirecteur of afdelingsleider zijn.

Wie is dan de overlegpartner van de GMR, als het bestuur dat niet is? Het is niet logisch dat een directeur van een school het overleg voert met de GMR. De GMR bespreekt immers bovenschoolse zaken. Ook daar heeft de WMS in voorzien. Naast de mogelijkheid die de WMS geeft om een lid van de schoolleiding het overleg te laten voeren met de MR of GMR, wordt in artikel 6, lid 5 ook gesproken over “een personeelslid dat managementtaken verricht voor meer dan één school”. Hierbij moet u denken aan een bovenschools directeur of een CvB. De WMS geeft dus ook ruimte aan het bestuur om het overleg met de GMR te mandateren aan een bovenschools management.  Ook in het GMR-reglement staat in artikel 34 in welke gevallen het bestuur zelf het overleg voert met de GMR.

Niet alleen in het eigen (G)MR-reglement kunt u lezen wie uw overlegpartner is en in welke gevallen u het overleg voert met het bestuur, ook in het managementstatuut is dit opgenomen en daarnaast is het in het medezeggenschapsstatuut beschreven.

In de basistraining (G)MR van CNV Academie komen deze en andere onderwerpen aan de orde. Wil je als (G)MR goed beslagen ten ijs komen vraag dan met je hele (G)MR een basistraining aan. Kijk hier voor meer informatie.

Wij krijgen een Raad van Toezicht en een College van Bestuur. Wat zijn de consequenties?

In het kader van verdergaande professionalisering wordt steeds vaker overgegaan tot een Raad van Toezicht (RvT) en een College van Bestuur (CvB). De eerste wijziging die opvalt ten opzichte van een bestuur met al dan niet een manager of bovenschools directeur daaronder, is de eindverantwoordelijkheid. In de oude situatie is het bestuur eindverantwoordelijk, in de nieuwe situatie is het CvB dat. In de praktijk zien we veelal dat het bestuur de RvT wordt en de bovenschools directeur en management het CvB. De RvT controleert het CvB op hoofdlijnen, maar is niet meer direct verantwoordelijk. Hiertoe moeten de statuten van de vereniging of stichting wijzigen. Bij een vereniging moet dit besluit eerst voorgelegd worden aan de leden van de vereniging. De MR of GMR heeft hier in eerste instantie geen bemoeienis mee. De gewijzigde statuten hoeven dan ook niet voorgelegd te worden aan de (G)MR. Het gevolg van deze wijziging voor medezeggenschap is, dat de overlegpartner van de GMR meestentijds het CvB zal worden. Het GMR-reglement zal hier dus op aangepast moeten worden. Ook het managementstatuut en het medezeggenschapsstatuut zullen gewijzigd moeten worden. Omdat het CvB eindverantwoordelijkheid krijgt, behoort het tot de mogelijkheden, dat deze een hoger salaris krijgen in de vorm van een nieuwe functie of in de vorm van beloningsdifferentiatie. In beide gevallen is daar de instemming voor nodig van de personeelsgeleding van de GMR.

Dat is een verantwoordelijkheid die vaak als zwaar ervaren wordt door de GMR. Enerzijds is het goed als de scholen professioneel aangestuurd worden, anderzijds is daar de angst voor het “waterhoofd”. Gaat dit niet ten koste van het primaire proces? Mocht de GMR hier zijn handen niet aan willen branden of zich niet capabel genoeg achten, dan zijn er drie mogelijkheden. De personeelsgeleding van de GMR onthoudt zijn instemming. In dat geval moet de weg naar de geschillencommissie bewandeld worden. Daar wordt bekeken of de GMR in redelijkheid zijn instemming heeft onthouden. Als de GMR geen goede argumenten heeft, is de kans klein dat de geschillencommissie de GMR in het gelijk stelt. Een andere mogelijkheid is dat de GMR zich door CNV Connectief Academie laat ondersteunen om een weloverwogen besluit te nemen. De laatste mogelijkheid vindt u in de cao. In de cao’s primair en voortgezet onderwijs is opgenomen dat de personeelsgeleding de personele consequenties van het invoeren van een CvB of wijzigen van formatie van het CvB over laat aan het Decentraal Georganiseerd Overleg, het DGO. In dat geval nemen de vakbonden voor onderwijspersoneel dat deel van de onderhandelingen over van de GMR. Dit kan op verzoek van het bevoegd gezag of de personeelsgeleding van de GMR. In de meeste gevallen zullen deze onderhandelaars vooraf contact opnemen met de GMR voor informatie, maar de onderhandelaars zijn geen marionetten van de GMR. De vakbondsonderhandelaars overleggen uiteindelijk niet namens de GMR, maar namens de leden van de vakbonden die werkzaam zijn op de scholen die onder het bestuur vallen.

In de cao primair onderwijs treft u de DGO-mogelijkheid aan in artikel 13.2, lid 6 b en in de cao voortgezet onderwijs in artikel 20.2, lid 2 a (reorganisatie).

Moet het bevoegd gezag de (G)MR informatie geven?

Ja, het bevoegd gezag heeft een actieve informatieplicht. In de WMS is in artikel 8, lid 1, het volgende opgenomen: De medezeggenschapsraad ontvangt van het bevoegd gezag, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

Wat redelijkerwijs is, valt te bediscussiëren en daar zal ongetwijfeld jurisprudentie over ontstaan, maar de WMS geeft in artikel 8, lid 2 aan welke informatie de (G)MR in ieder geval moet ontvangen.

Artikel 8. Algemeen informatierecht medezeggenschapsraad

1. De medezeggenschapsraad ontvangt van het bevoegd gezag, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.

2. De medezeggenschapsraad ontvangt in elk geval:

a. jaarlijks de begroting en bijbehorende beleidsvoornemens op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied;

b. jaarlijks voor 1 mei informatie over de berekening die ten grondslag ligt aan de middelen uit ’s Rijks kas die worden toegerekend aan het bevoegd gezag;

c. jaarlijks voor 1 juli een jaarverslag als bedoeld in artikel 171 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 157 van de Wet op de expertisecentra of de gegevens, bedoeld in artikel 106, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;

d. de uitgangspunten die het bevoegd gezag hanteert bij de uitoefening van zijn bevoegdheden;

e. terstond informatie over elk oordeel van de klachtencommissie, bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 23 van de Wet op de expertisecentra en artikel 24b van de Wet op het voortgezet onderwijs, waarbij de commissie een klacht gegrond heeft geoordeeld en over de eventuele maatregelen die het bevoegd gezag naar aanleiding van dat oordeel zal nemen, een en ander met inachtneming van de regelingen, bedoeld in de artikelen 12, eerste lid, onderdeel m, 13, onderdeel i en 14, tweede lid, onderdeel f en derde lid, onderdeel d;

f. ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken per groep van de in de school werkzame personen en de leden van het bevoegd gezag;

g. ten minste eenmaal per jaar schriftelijk gegevens over de hoogte en inhoud van de arbeidsvoorwaardelijke regelingen en afspraken met het orgaan van de rechtspersoon dat is belast met het toezicht op het bevoegd gezag;

h. aan het begin van het schooljaar schriftelijk de gegevens met betrekking tot de samenstelling van het bevoegd gezag, de organisatie binnen de school, het managementstatuut en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid.

Waar moet een voorstel tot invoering of wijziging van beleid aan voldoen?

In artikel 8, lid 6 van de WMS wordt beschreven op welke wijze het bevoegd gezag een voorstel moet voorleggen aan de (G)MR en wat in ieder geval in het beleid opgenomen moet zijn.

Als eerste stelt dit artikel dat als een voorstel ter instemming wordt voorgelegd aan een geleding van de (G)MR, omdat er bij dat voorstel slechts de instemming van de personeelsgeleding of de oudergeleding of (in het voortgezet onderwijs) de leerlinggeleding van de (G)MR gevraagd moet worden, de andere geledingen dit voorstel tegelijkertijd ter kennisname ontvangen.

In het voorstel moet een overzicht verstrekt worden van de beweegredenen die het bevoegd gezag heeft om beleid in te voeren of te wijzigen, de gevolgen die de uitwerking van het voorstel naar verwachting zal hebben voor personeel, ouders en leerlingen en de maatregelen die naar aanleiding daarvan genomen worden. Met andere woorden: de (G)MR krijgt een afgerond voorstel. Nu is het mogelijk dat de (G)MR op een moment betrokken wordt bij het beleid dat nog niet helemaal duidelijk is welke consequenties het nieuwe of gewijzigde beleid met zich meebrengt. Dat is prettig, want nu kan de (G)MR (pro-)actief meedenken over de invoering van het beleid. Maak dan wel de afspraak dat aan het eind van het traject het volledige plan ter instemming wordt voorgelegd aan die geleding van de (G)MR die het aangaat.

Ook voor beleid(swijzigingen) die het advies van de GMR behoeven, moet bovenstaande procedure worden gevolgd. Bij een adviesaanvraag moet echter ook nog de besluitvormingsprocedure die bij advies hoort, worden gevolgd.

Vindt u het lastig om beleid te beoordelen? Neem dan eens contact op met CNV Connectief Academie: (030) 7511747.  De Academie biedt diverse trainingen om de MR te ondersteunen. Kijk op https://www.cnvacademie.nl/training-categorie/mr/

Welke beleidsstukken moet de (G)MR ontvangen en wanneer?

Een veelgestelde vraag. CNV Onderwijs heeft voor zijn leden in het primair en voortgezet onderwijs een overzicht gemaakt van alle (deel)notities die de (G)MR’en moeten of kunnen ontvangen. Daarbij is aangeven welke bevoegdheid de MR of GMR bij de (beleids)notitie heeft en kunt u lezen op basis van welke wetgeving de notitie ontwikkeld moet worden. Ook wordt aangegeven of de notitie jaarlijks of periodiek moet worden aangepast. Het is echter niet mogelijk daar een tijdstip aan te koppelen. Door de decentralisatie heeft uw bevoegd gezag de vrijheid gekregen om meestentijds zelf te kunnen besluiten wanneer een beleidsnotitie voorgelegd wordt aan de (G)MR. In overleg met uw eigen bevoegd gezag zult u daar dus afspraken over moeten maken. Houd daarbij wel de termijnen voor instemming en advies in acht. Zorg ervoor dat de (G)MR voldoende tijd heeft om een (beleids)notitie goed te kunnen bestuderen.

 

Het complete overzicht van de beleidsplannen kunt u vinden in de app MR gids CNV.
De app is gratis te downloaden in de appstore en de google play store.

Ook in het voortgezet onderwijs zijn in de cao de faciliteiten voor de personeelsgeleding beschreven. In artikel 14.4 staat dat de personeelsgeleding en de werkgever in overleg de faciliteiten vaststellen. Zolang daar geen definitieve afspraken over zijn gemaakt, gelden de faciliteiten, zoals deze zijn opgenomen in bijlage 10 van de cao 2006/2008.

Wij krijgen een tijdelijke directeur op detacheringsbasis. Wat is de rol van de MR?

De MR moet om advies worden gevraagd conform artikel 11, h van de WMS. Ook al is het tijdelijk en al dan niet op basis van detachering. Deze uitspraak is gedaan op 17 november 2009 door de Landelijke Commissie voor Onderwijsgeschillen.

Ontslag van de schoolleiding, vertrouwelijk en dus geen advies MR?

De WMS stelt dat de MR advies gevraagd moet worden bij ontslag of aanname van een nieuwe directeur. Wordt een bovenschoolse directeur aangenomen of ontslagen, dan komt deze bevoegdheid de GMR toe. Dat is helder, maar soms zijn zaken wat gecompliceerder. Gelukkig is er dan een geschillencommissie die een uitspraak kan doen over hoe zaken geïnterpreteerd moeten worden.

Zo is er een bestuur dat besluit geen clusterdirecteuren meer te willen hebben, maar dat iedere school een eigen directeur krijgt met een minimale betrekkingsomvang van 0.8 fte.

Twee MR’en hebben vrijwel direct te maken met het nieuwe beleid, omdat hun clusterdirecteur, die 50% op de ene school en 50% op de andere school werkt, zijn vertrek aankondigt. De MR’en wordt niet om advies gevraagd, omdat de directeur vrijwillig vertrekt. De MR’en twijfelen of dat vertrek vrijwillig is. Na veel doorvragen, blijkt er inderdaad sprake van ontslag te zijn. Het bestuur legt het advies toch niet voor, want er zou sprake zijn van zoveel vertrouwelijke gegevens dat de MR niet genoeg informatie zou hebben om goed advies te geven.

De geschillencommissie doet hierin de volgende uitspraak.

Wat betreft het voorstel dat iedere school zijn eigen directeur krijgt, zegt de commissie dat dit onder de wijziging van het managementstatuut valt. Omdat het alle scholen aangaat, moet deze wijziging ter advisering voorgelegd worden aan de GMR. Maar, zo stelt de commissie, hetzelfde voorstel had wat betreft de gevolgen van deze wijziging moeten worden voorgelegd aan de twee MR’en die het aanging. Daar zou immers het formatieplan wijzigen omdat de formatie van de directeur zou gaan wijzigen.
Over het ontslag van de directeur stelt de commissie het volgende. Als een directeur geschorst wordt, is het niet logisch dat de MR daarbij een advies zou hebben. Er is in dit geval echter geen sprake van schorsing, maar van ontslag en dus had beide MR’en om advies gevraagd moeten worden. Wat betreft de vertrouwelijkheid, stelt de commissie dat van een MR-lid verwacht mag worden dat hij om kan gaan met vertrouwelijke aangelegenheden en in dit geval de privacy van betrokkene kan garanderen. De commissie wijst erop dat de MR, conform de WMS, van het bestuur alle informatie ontvangt die de raad redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak te kunnen vervullen. Tevens wijst de commissie op het feit dat in ieder reglement bepalingen rondom geheimhouding zijn opgenomen. De MR had de vertrouwelijke informatie moeten ontvangen.

Zo ziet u, als de teksten in WMS en het reglement op verschillende wijzen geïnterpreteerd worden, kan de geschillencommissie een uitspraak doen.

Instemmings- en adviestermijnen: wat vliegt de tijd

In de reglementen van de MR en GMR (of deelraden) zijn termijnen afgesproken waarbinnen de raad moet reageren op een voorstel van het bestuur.

Soms zijn nog extra afspraken gemaakt over termijnen in het zogenoemde medezeggenschapsstatuut. Bijvoorbeeld kan afgesproken zijn, dat bij langdurige trajecten als een samenwerking met een ander bestuur of reorganisatie, er een tijdpad wordt gevolgd van een half jaar waarbinnen de verschillende fasen van besluitvorming worden voorgelegd aan de raad.

Maar hoe dan ook, er worden altijd afspraken gemaakt over de reactietermijn van de raad. Dat klinkt allemaal heel helder, maar de praktijk is soms wat weerbarstiger.
De raad ontvangt niet alle informatie die hij nodig heeft om een besluit te nemen, of er wordt wel een beleidsstuk toegezegd, maar het komt maar niet. Op dat soort momenten wordt diffuus wanneer de reactietermijn ingaat voor de medezeggenschapsraad. Is dat het moment dat er over wordt gesproken in de overlegvergadering of is dat het moment dat de raad daadwerkelijk alle stukken heeft op basis waarvan hij een gefundeerde reactie kan geven?
Het meest logische is natuurlijk dat de reactietermijn pas ingaat als de medezeggenschapsraad alle informatie heeft die hij nodig acht om te kunnen besluiten. Spreek dat dan wel met elkaar af en zet het desnoods op papier. Zo weet de raad wanneer hij uiterlijk moet reageren en weet het bestuur wanneer hij uiterlijk een reactie van de medezeggenschapsraad kan verwachten.
Druk, druk en … vakantie
Nog zo’n voorbeeld waaruit blijkt dat de regeltjes zich soms niet verhouden met ‘het dagelijks bestaan’ van een leraar.
Stel dat een GMR een instemmingstermijn van zes weken heeft. Op de vergadering van de GMR in november  krijgt de raad een beleidsvoorstel voor professionalisering en scholing in het kader van de functiemix. De termijn van zes weken, betekent dus dat de GMR uiterlijk begin januari moet reageren.
Termijnen
Een termijn van zes weken lijkt alleszins schappelijk, maar december is met Sinterklaas, kerstvieringen en rapportenvergaderingen een van de drukste maanden van het jaar. Daarnaast vallen in die zes weken ook nog twee weken vakantie.
Wat nu, want u gaat natuurlijk niet in de vakantie uw “raadsstukken” lezen.
Oplossing
Ten eerste telt een vakantieperiode niet mee in de reactietermijnen die afgesproken zijn met de (G)MR. In plaats van een reactie begin januari, wordt dus een uiterlijke reactie verwacht van deze GMR  halverwege januari. Geeft dat nog niet voldoende ruimte, dan kan deze GMR het bestuur om verlenging verzoeken van de reactietermijn. Het bestuur reageert dan zo snel mogelijk op dit verzoek. In dit voorbeeld betreft het een voorstel dat niet tot grote problemen leidt als het twee weken later wordt vastgesteld. Het bestuur kan zich dus coulant opstellen naar de GMR. En bedenk, hoe vaak heeft uw raad zich niet coulant opgesteld door beleidstukken sneller dan de in het reglement afgesproken termijnen te voorzien van reactie?

Parttime baan, fulltime medezeggenschap

Een alarmerend bericht bereikte onze medezeggenschapsspecialisten. Een fiks aantal MR’en benaderde CNV Connectief Academie met de vraag:’Onze deeltijders in de MR krijgen vanaf nu ook naar rato van hun betrekkingsomvang uren voor medezeggenschap. Mag dat zomaar?’

Nee, dat mag niet. De cao primair onderwijs stelt dat werknemers die lid zijn van de personeelsgeleding van de MR of GMR recht hebben op in ieder geval 60 uur op jaarbasis. Zit u in de MR en GMR, dan wordt dat 100 uur. Er is dus geen sprake van dat de cao primair onderwijs deeltijders anders behandelt.

Het zou ook onzinnig zijn om deeltijders minder faciliteiten te geven. Een deeltijder heeft net zoveel vergaderingen, voorbereiding, scholing en tijd voor “MR-onderhoud” nodig als een fulltimer.
Mocht uw MR ook onverhoopt een voorstel hebben ontvangen over het verminderen van de faciliteiten voor deeltijders in de MR of GMR, schrijft u dan een kort briefje terug waarin u aangeeft dat de cao primair onderwijs een dergelijk voorstel niet toelaat. Zo eenvoudig kan het MR-leven soms zijn.

MR heeft ook medezeggenschap over gevolgen van besluit

Zeggenschap – medezeggenschap. Het zijn twee woorden, maar wat lijkt het soms ingewikkeld. Wanneer mag een MR meepraten, wanneer is iets nieuw beleid, wanneer staand beleid, wanneer is er sprake van uitvoeringsregels en wanneer moet de MR of GMR slechts geïnformeerd worden?

De WMS is in ieder geval iets helderder dan de WMO, de medezeggenschapswet die tot 2007 gold. In de WMS staat waar een advies- of instemmingsaanvraag aan moet voldoen.

In de aanvraag moet de (G)MR kunnen lezen wat de aanleiding is tot het ontwikkelen of wijzigingen van het beleid of de regeling, wat het plan dan exact behelst, wat de gevolgen van het plan zijn voor personeel, ouders en leerlingen en welke maatregelen daarvoor getroffen worden.

Dat maakt al duidelijk dat de (G)MR niet alleen medezeggenschap heeft bij het beleid, maar ook bij de gevolgen van dat beleid en de maatregelen: met de uitvoeringsbesluiten dus.

Als G(MR) en directie met regelmaat discussiëren of iets nu wel of niet aan de raad voorgelegd moet worden, dan raden wij u aan een goed gesprek aan te gaan om te bespreken wat de rechten van de (G)MR zijn bij beleid en op welke wijze daar het meest prettig mee omgegaan kan worden. Dat kan binnen iedere stichting anders zijn, afhankelijk van de cultuur die er heerst. Wat u ook afspreekt, houdt in de gaten dat medezeggenschap geen wassen neus is en dat de raad volgens de WMS een volwaardige gesprekspartner is van het bestuur (of directie). Met andere woorden: onderschat uw rol niet.

Schakel de MR in

De werkdruk op schoolniveau terugbrengen gaat het beste als je dat samen met collega’s doet. Via de MR kan het onderwerp bespreekbaar worden gemaakt en op de agenda gezet. Zo kan bijvoorbeeld het taakbeleid aan de orde worden gesteld. De MR heeft initiatiefrecht en ook instemmingsrecht bij belangrijke zaken. Daarnaast kan zij CNV Onderwijs inschakelen voor advisering.

MR en GMR : Hoe lees ik de begroting en de jaarrekening

Vaak is het voor de MR lastig om de financiële stukken die zij toegezonden krijgen, te lezen en te interpreteren. Het beoordelen van begrotingen en jaarrekeningen is geen dagelijks werk voor de meeste mensen in het onderwijs. Wat betekenen al die regels in een begroting? Wat speelt een rol op schoolniveau, wat op bestuursniveau? Waar zit ruimte voor eigen keuzes? Deze en andere vragen worden beantwoord in de training Hoe lees ik de begroting. De cursus wordt gegeven aan de hand van de begroting en jaarrekening van jouw eigen school/bestuur.
Voor wie?
Voor leden van MR en GMR in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs die graag hun begroting of jaarrekening met een deskundige willen doornemen.
Resultaat
Na afloop van de training:

  • ken je de rol van de medezeggenschapsraad bij financieel beleid
  • heb je kritisch gekeken naar begroting, jaarrekening en jaarverslag

Aanmelden?
De cursus wordt op maat bij jou op locatie aangeboden en aan de hand van jullie eigen begroting en jaarrekening. De invulling is afhankelijk van jouw wensen en de beschikbare tijd. In een telefonische intake kun je aangeven waar je de nadruk op wilt leggen en wat de leerdoelen van de groep zijn. De trainer stemt de inhoud en de duur van het programma daar op af. Neem contact op voor een vrijblijvende offerte.

Klik hier voor meer informatie
Meer informatie?
Heb je andere vragen? Stuur dan een e-mail naar aanvraagacademie@cnv.nl of bel met (030) 751 1785.

 

OR : Hoe lees ik de begroting en de jaarrekening

Vaak is het voor de OR lastig om de financiële stukken die zij toegezonden krijgen, te lezen en te interpreteren. Het beoordelen van begrotingen en jaarrekeningen is geen dagelijks werk voor de meeste mensen in het onderwijs. Wat betekenen al die regels in een begroting? Wat speelt een rol op schoolniveau, wat op bestuursniveau? Waar zit ruimte voor eigen keuzes? Deze en andere vragen worden beantwoord in de training Hoe lees ik de begroting. De training wordt gegeven aan de hand van de begroting en jaarrekening van jouw eigen instelling.
Voor wie?
Voor leden van de OR in het MBO die graag hun begroting of jaarrekening met een deskundige willen doornemen.
Resultaat
Na afloop van de training:

  • ken je de rol van de ondernemingsraad bij financieel beleid
  • heb je kritisch gekeken naar begroting, jaarrekening en jaarverslag

Aanmelden?
De training wordt op maat bij jou op locatie aangeboden en aan de hand van jullie eigen begroting en jaarrekening. De invulling is afhankelijk van jouw wensen en de beschikbare tijd. In een telefonische intake kun je aangeven waar je de nadruk op wilt leggen en wat de leerdoelen van de groep zijn. De trainer stemt de inhoud en de duur van het programma daar op af. Neem contact op voor een vrijblijvende offerte.

Klik hier voor meer informatie
Meer informatie?
Heb je andere vragen? Stuur dan een e-mail naar aanvraagacademie@cnv.nl of bel met (030) 751 1785.

 

OR : Actief meedenken over financieel beleid

Inhoud van de cursus Actief meedenken over financieel beleid
Vaak is het voor OR-en lastig om de financiële stukken die zij toegezonden krijgen, te lezen en te interpreteren. Het beoordelen van begrotingen en jaarrekeningen is geen dagelijks werk voor de meeste mensen in het onderwijs. Vind je die financiën ook zo lastig? Heb je last van al die vaktermen die gebruikt worden? Vind je het lastig om goede vragen te stellen? Wat zijn nu de hoofdlijnen in zo’n stuk en wat zijn de details? Hoe krijg je zicht op de financiële positie van jouw bestuur? Wat is nou precies de rol van de medezeggenschapsraad bij financieel beleid? Deze en andere vragen worden beantwoord in de cursus Actief meedenken over financieel beleid. Bij voorkeur wordt de cursus gegeven aan de hand van de begroting en jaarrekening van jouw eigen instelling.
Voor wie?
Voor leden van de OR in het MBO met belangstelling voor financiën en de achtergronden ervan.
Resultaat
Na afloop van de cursus:

  • kun je in financiële stukken hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden
  • ken je de rol van de medezeggenschapsraad bij financieel beleid
  • heb je zicht op de belangrijkste vaktermen die in financiële stukken worden gebruikt
  • heb je kritisch gekeken naar begroting, jaarrekening en jaarverslag

Aanmelden?
De cursus wordt op maat op jouw eigen locatie aangeboden. We gaan aan de slag met jouw eigen begroting en jaarrekening. Tijdens de telefonische intake kun je aangeven waar je de nadruk op wilt leggen. De cursusleider stemt het programma daarop af.
Voor OR-en die enkel willen kijken naar hun eigen begroting of jaarrekening, is een bijeenkomst ‘Hoe lees ik de begroting’ aan te bevelen.
Neem contact op voor een vrijblijvende offerte.

Klik hier voor het informatieformulier ‘maatwerk’.
Meer informatie?
Wil je meer weten of heb je andere vragen? Stuur een e-mail naar aanvraagacademie@cnv.nl of bel met (030) 751 1785.

MR en GMR : Actief meedenken over financieel beleid

Vaak is het voor (G)MR-en lastig om de financiële stukken die zij toegezonden krijgen, te lezen en te interpreteren. Het beoordelen van begrotingen en jaarrekeningen is geen dagelijks werk voor de meeste mensen in het onderwijs. Vind je die financiën ook zo lastig? Heb je last van al die vaktermen die gebruikt worden? Vind je het lastig om goede vragen te stellen? Wat zijn nu de hoofdlijnen in zo’n stuk en wat zijn de details? Hoe krijg je zicht op de financiële positie van jouw bestuur? Wat is nou precies de rol van de medezeggenschapsraad bij financieel beleid? Deze en andere vragen worden beantwoord in de cursus Actief meedenken over financieel beleid. Bij voorkeur wordt de cursus gegeven aan de hand van de begroting en jaarrekening van jouw eigen school/bestuur.
Voor wie?
Voor leden van MR of GMR in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs met belangstelling voor financiën en de achtergronden ervan.
Resultaat
Na afloop van de cursus:

  • kun je in financiële stukken hoofd- en bijzaken van elkaar onderscheiden
  • ken je de rol van de medezeggenschapsraad bij financieel beleid
  • heb je zicht op de belangrijkste vaktermen die in financiële stukken worden gebruikt
  • heb je kritisch gekeken naar begroting, jaarrekening en jaarverslag

Aanmelden?
De cursus wordt op maat op jouw eigen locatie aangeboden. We gaan aan de slag met jouw eigen begroting en jaarrekening. Tijdens de telefonische intake kun je aangeven waar je de nadruk op wilt leggen. De cursusleider stemt het programma daarop af.
Voor (G)MR-en die enkel willen kijken naar hun eigen begroting of jaarrekening, is een bijeenkomst ‘Hoe lees ik de begroting’ aan te bevelen.
Neem contact op voor een vrijblijvende offerte.

Klik hier voor het informatieformulier ‘maatwerk’.
Meer informatie?
Wil je meer weten of heb je andere vragen? Stuur een e-mail naar aanvraagacademie@cnv.nl of bel met (030) 751 1785.

MR en GMR : Hoe lees ik de begroting

Vaak is het voor de MR lastig om de financiële stukken die zij toegezonden krijgen, te lezen en te interpreteren. Het beoordelen van begrotingen en jaarrekeningen is geen dagelijks werk voor de meeste mensen in het onderwijs. Wat betekenen al die regels in een begroting? Wat speelt een rol op schoolniveau, wat op bestuursniveau? Waar zit ruimte voor eigen keuzes? Deze en andere vragen worden beantwoord in de cursus Hoe lees ik de begroting. De cursus wordt gegeven aan de hand van de begroting en jaarrekening van jouw eigen school/bestuur.
Voor wie?
Voor leden van MR en GMR in het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs die graag hun begroting of jaarrekening met een deskundige willen doornemen.
Resultaat
Na afloop van de cursus:

  • ken je de rol van de medezeggenschapsraad bij financieel beleid
  • heb je kritisch gekeken naar begroting, jaarrekening en jaarverslag

Aanmelden?
De cursus wordt op maat bij jou op locatie aangeboden en aan de hand van jullie eigen begroting en jaarrekening. De invulling is afhankelijk van jouw wensen en de beschikbare tijd. In een telefonische intake kun je aangeven waar je de nadruk op wilt leggen en wat de leerdoelen van de groep zijn. De cursusleider stemt de inhoud en de duur van het programma daar op af. Neem contact op voor een vrijblijvende offerte.

Klik hier voor het informatieformulier ‘maatwerk’.
Meer informatie?
Heb je andere vragen? Stuur dan een e-mail naar aanvraagacademie@cnv.nl of bel met (030) 751 1785.

{"single_open":"true","transition_speed":"300"}