2 november 2019

Wat merkt personeel van €460 miljoen extra voor funderend onderwijs?

foto: Wilbert van Woensel

Gisteren kwamen bonden, werkgevers en minister Slob overeen dat primair en voortgezet onderwijs de komende twee jaar een financiële injectie krijgen van €460 miljoen voor onder andere hogere salarissen, werkdrukvermindering en aanpak van het lerarentekort. Maar wat merkt het personeel nu concreet van de gemaakte afspraken?

-Voor alle medewerkers in het primair onderwijs is er €150 miljoen beschikbaar, waarover nog deze maand afspraken zullen worden gemaakt in de lopende cao-onderhandelingen. Dat geld moet zichtbaar terugkomen op de loonstrook. De uitkomst van die cao en dus ook van de besteding van die extra €150 miljoen worden vanzelfsprekend aan de leden van CNV Onderwijs ter instemming voorgelegd.

-Voor de medewerkers in het voortgezet onderwijs komt er in de jaren 2020 en 2021 in totaal €150 miljoen beschikbaar om te bestemmen voor bijvoorbeeld ontwikkeltijd, werkdrukverlichting, begeleiding van nieuwe collega’s, enz. Het is aan de scholen zelf om te bepalen waar dat geld heengaat. Er zal op worden gelet dat werknemers daar op de scholen  actief bij betrokken worden.

-Leraren die lesgeven in het diplomagerichte deel van het voortgezet speciaal onderwijs krijgen een structurele salarisverbetering. Iets waar CNV Onderwijs al langer voor pleit. Daarvoor is structureel €16,5 miljoen beschikbaar, die ook via de cao primair onderwijs zal worden besteed.

Verminderen werkdruk

-Voor de scholing van het onderwijspersoneel in het primair onderwijs komt er in de komende twee jaar totaal €21,2 miljoen beschikbaar. Dat wordt via de cao bestemd voor individuele scholingsrechten, waarover werknemers zelf kunnen beslissen. In het voortgezet onderwijs is dat er al.

-In de schooljaren 2020/2021 en 2021/2022 komt er voor de scholen in het primair onderwijs opnieuw extra geld beschikbaar voor het verminderen van de werkdruk. Totaal €97 miljoen extra bovenop de eerder verstrekte gelden. Dat is in het veld goed ontvangen. Vooral omdat op schoolniveau daarover beslist mocht worden en het merkbaar bijdraagt aan het verminderen van de werkdruk. Opnieuw mogen werknemers daar zelf over meebeslissen.

-Gelukkig komen er steeds meer zij-instromers naar het onderwijs. Om die goed te kunnen begeleiden komt er €14,4 miljoen beschikbaar.

Bindende afspraken

-Voor het samen opleiden van nieuwe leraren in de opleidingsscholen en daarmee voor de begeleiding van nieuwe leraren komt er €10,6 miljoen beschikbaar. Dit is belangrijk om te voorkomen dat gemotiveerde nieuwe leraren snel weer het onderwijs verlaten.

-Helaas zijn er ook nog collega’s die ondanks de personeelstekorten thuis zitten en voor wie er geen werk is. Daarom is afgesproken te streven naar bindende regionale afspraken tussen werkgevers en de vakbonden om de instroom in de WW te voorkomen en de uitstroom nog meer te bevorderen.

-Schoolleiders zijn van groot belang voor de onderwijskwaliteit. Daarom komen er nadere afspraken over een verdere versterking van hun professionalisering en positionering. Daarnaast is afgesproken dat in de nog af te sluiten cao voor het primair onderwijs er nieuwe salarisschalen komen voor schoolleiders.

Lange adem

Al deze extra investeringen komen dus rechtstreeks ten goede aan het personeel en hun dagelijkse werk. Dat was de inzet van CNV Onderwijs en de sociale partners en dat doel is bereikt. Daarmee zijn de problemen van vandaag en morgen niet zomaar opgelost. Die illusie is er niet. Dit vraagt een lange adem. CNV Onderwijs blijft er daarom samen met haar leden voor strijden dat deze belangrijke stap in de nieuwe kabinetsperiode omgezet wordt in structureel meer geld voor het onderwijs.