11 april 2019

Vraag om onderzoek naar verlaging urennorm primair onderwijs

Er moet onderzoek komen naar de verlaging van de urennorm in het primair onderwijs. De vakbonden en de PO-raad, de vertegenwoordiger van de schoolbesturen, willen met het ministerie van Onderwijs hierover in gesprek. Dat schrijven alle partijen in een brief aan onderwijsminister Arie Slob. De bonden spraken al tijdens de cao-onderhandelingen met de werkgeversorganisatie PO-raad af om de verlaging van de urennorm en de effecten daarvan onder de loep te nemen.

In Nederland staan leraren in vergelijking met andere landen veel lesuren voor de klas en zien we tegelijk dat het ziekteverzuim en aantal burn-outs in Nederland aanzienlijk is. CNV Onderwijs wil bekijken of we samen met onze partners iets aan de urennorm kunnen doen, zodat leraren minder werkdruk ervaren en meer tijd hebben voor bijvoorbeeld lesvoorbereiding en professionalisering. Belangrijk is wel dat een verlaging geen invloed mag hebben op de kwaliteit van het onderwijs.

In buitenland minder lesuren

Alle scholen moeten zich in Nederland aan het vastgestelde aantal uren houden. Leerlingen moeten minimaal 7520 uur onderwijs krijgen van groep 1 tot en met groep 8 op de basisschool of in het speciaal onderwijs. In de brief wijzen de bonden en de PO-raad het ministerie erop dat er in het buitenland veel minder les wordt gegeven. In het onderzoek moet bekeken worden wat het verschil is tussen de urennorm in Nederland en die in andere landen. En of een verlaging mogelijk is en welke effecten dit heeft op bijvoorbeeld de werkdruk. De partijen willen graag met het ministerie in gesprek om verder na te denken over de opzet van het onderzoek.