23 september 2020

Tobben met het nieuwe normaal op scholen

 

‘Lesgeven zonder dichtbij leerlingen te komen soms bijna niet te doen.’ Foto:  Arie Kievit

Vooropgesteld, de meeste leraren en leerlingen/studenten zijn blij dat er weer normaal les wordt gegeven, al is het op 1,5 meter. En op alle scholen is een modus gevonden om de zaak draaiende te houden, al dan niet door een combinatie van online en klassikale lessen. Toch tobt het onderwijs met de gevolgen van de coronacrisis.

Leraren die mantelzorger zijn of een mindere gezondheid hebben, voelen zich nog altijd kwetsbaar. Er bestaat ook zorg dat leerlingen achterstand oplopen omdat leraren niet meer dicht bij hen kunnen komen. En dan zijn er ook nog kinderen die niet naar school komen uit angst voor besmetting bij de ouders.Lichtpuntje, zeker met het oog op een mogelijke tweede besmettingsgolf, is dat het onderwijspersoneel in primair en voortgezet onderwijs voorrang krijgt bij het afnemen van coronatesten. Al geldt dat helaas niet voor de werkers in het mbo. En ventileren met alle ramen en deuren open, blijft dat zo met de winter in aantocht? Schooljournaal zette een aantal ervaringen ‘uit het veld’ op een rij.

Dubbel gevoel

Elwin Rumplmair, hbo-docent communicatie en onderzoek bij ArtEZ University of the Arts in Enschede, is niet bang aangelegd en heeft geen broze gezondheid. Integendeel, de 39-jarige is naar eigen zeggen ‘topfit’ en hangt gemiddeld vier dagen per week aan de gewichten om dat ook zo te houden. En toch, tóch was daar ineens die angst toen hij hoorde dat er begin dit schooljaar weer fysiek onderwijs moest worden gegeven. Natuurlijk, de coronamaanden voorafgaand aan de zomervakantie waren ook voor hem geen pretje. ‘Bij vlagen werd ik horendol van dat eeuwige staren naar de computer. Maar het online les geven, wende ook weer snel, al miste ik ook de interactie met studenten. Kortom, een dubbel gevoel.’ Ergens wilde Rumplmair dolgraag weer voor de klas staan. Maar tegelijk zag hij zijn ouders: twee 70-plussers en daardoor per defi nitie extra vatbaar voor het virus. En dus begon hij te malen: ‘Wat nou als ik, toch al gevoelig voor hooikoorts en daardoor gewend aan seizoensgebonden loopneuzen, hen ongemerkt zou besmetten? Zoiets zou ik mezelf nooit kunnen vergeven’. Landelijke berichten dat de besmetting zich al enige tijd vooral verspreidt onder studenten hielpen daarbij niet. Dus maakte hij een keuze: fysiek lesgeven oké, maar dan wel met mondkapje op. ‘Studenten keken mij aanvankelijk wat vreemd aan. Maar nadat ik hen informeerde over mijn beweegredenen, begrepen ze dat prima. Ze deden toen extra hun best gepaste afstand te bewaren.’ Dat hielp, zegt hij. ‘Was ik die eerste week op school hyperalert op coronaovertredingen, inmiddels ben ik iets meer tot bedaren gekomen. Mede dankzij de getoonde solidariteit van studenten. Al moeten ze nog steeds niet niezen in mijn les. Daar ben ik nog altijd allergisch voor.’

Snottebel

‘Eigenlijk was na de zomervakantie iedereen weer aanwezig op school, zowel leraren als leerlingen’, zegt Peter Tijs, bestuurder bij Stichting Katholiek en Protestants Christelijk Onderwijs in Eindhoven, met 36 scholen en bijna 11.000 leerlingen het grootste schoolbestuur in Noord-Brabant. ‘Er zijn incidentele besmettingen geweest. En sommige ouders houden hun kind bij de eerste de beste snottebel thuis. We hebben ook nog nooit zo intensief contact gehad met ouders.’ Hij vertelt dat een klein aantal leerlingen preventief wordt thuis gehouden, uit angst voor besmetting. ‘Op alle scholen tezamen gaat het dan om een tiental leerlingen, echt in de marge. Vaak is er sprake van een gezinslid die tot een risicogroep behoort. Het zijn geen onredelijke situaties waarbij we een leerplichtambtenaar zouden moeten inschakelen. Wij zijn nu bezig om alle ventilatiesystemen op de scholen vóór 1 oktober te checken, zoals door het ministerie is gevraagd. Met vijftig schoolgebouwen begrijp je dat dat best een klus is. Een deel is intussen gecontroleerd en tot nu toe is onze indruk dat alles in orde is. Door servicecontracten met installateurs is gelukkig alles goed onderhouden.’

Onbeschermd les

‘Lastig om in de praktijk 1,5 meter afstand te houden!’ Leden van CNV Onderwijs die recent deelnamen aan de digitale Meetup VO van de bond, vinden het soms moeilijk omgaan met de anti-coronamaatregelen. Het belemmert 1ze in het lesgeven, en ze vrezen dat leerlingen achterstanden oplopen. Zeker in het speciaal onderwijs en bij praktijkvakken in het vmbo, is lesgeven zonder al te dicht bij de leerlingen te komen bijna niet te doen. Een docent vertelt dat ze uiteraard ook afstand probeert te houden, maar wat moet je als er een leerling is met groot verdriet? ‘Ik ben naast haar op de trap gaan zitten. Dat leek me op dat moment belangrijker.’

 

Lastig werken op 1,5 meter afstand

 

Een wat oudere vmbo-docent geeft op goed geluk onbeschermd les. ‘Ik werkte aanvankelijk met een beschermkap, maar na een half uur zie je niets meer door de wasem. En het is benauwd ook. Zo kun je geen praktijkles geven. Ik gooi het handgereedschap aan het einde van de dag maar in een teil met alcohol. In ben naast mijn werk scheidsrechter en dan sta ik ook dicht op de spelers.’

Er blijken ook collega’s, vaak jongere, die zich niet aan de coronaregels houden. Los van de leeftijd is er sowieso sprake van onderschatting in sommige teams, zo blijkt. Alsof corona aan hen voorbij gaat en ze de regels daarom niet echt serieus hoeven nemen. Eensgezind is de wens dat de schoolleiding personeel aanspreekt op het naleven van de regels.

Moeilijk motiveren

Andere deelnemers vertellen over gele strepen in de klas, die goed werken ter bescherming van de leraar. ‘Maar af en toe moet je bij leerlingen toch in hun schriften kijken, of ze de stof wel juist toepassen.’ Een docent economie: ‘Over de vwo’ers maak ik mij niet zo’n zorgen, die spijkeren hun achterstand wel bij, maar ik merk dat de havo-examenklas sinds de lockdown in maart niet veel gedaan heeft.’ Ze logden wel in, maar dat was het dan ook wel, volgens hem. Volgens de meetup-deelnemers zijn havo- en vmbo-leerlingen sowieso moelijker te motiveren en worden ze bovendien minder geactiveerd doordat de docenten niet bij hun tafel kunnen komen. Het is ook lastig om zowel fysiek als online les te geven als leerlingen niet naar school komen. Op sommige scholen moeten leraren de lessen via afstandsonderwijs delen met zieke leerlingen, ondanks de vaak gebrekkige en te kort schietende techniek en de leemte in kennis hierover.

Alle ramen en deuren open om door te tochten. Blijft dat zo? Foto:  ANP/Robin van Lonkhuijsen.

Onduidelijke communicatie

De ventilatie was eveneens een onderwerp. Gaan leraren nog wel met vertrouwen naar school? ‘Wij hebben lokalen zonder raam. Daarin ga ik geen les geven. Al dat geadem, veel te gevaarlijk voor mijn gezondheid.’ Een ex-coronapatiënt vult haar aan: ‘Bij ons staan de ramen open en dat tocht. Daar kan ik ziek van worden, terwijl ik nog aan het herstellen ben. Dus ik doe ze dicht.’ Veel deelnemers van de meetup van CNV Onderwijs vinden de communicatie van hun school over ventileren in de vaak verouderde gebouwen onduidelijk. Al zijn er ook scholen, blijkt uit de rondgang, die hun zaken ruim voor 1 oktober wel op orde hebben. Dat is de datum waarop het ministerie van Onderwijs wil dat alle onderwijspersoneel en leerlingen weten of het ventilatiesysteem in hun schoolgebouw ‘coronaproof’ is.

Argumenten op

Op een basisschool in Noord-Holland ontbreekt al enkele weken een leerling van 10 jaar. Zij is een van de kinderen die niet naar school gaan, omdat ze zelf kwetsbaar zijn of iemand uit hun familie, of omdat zij of hun ouders angst hebben voor besmetting. De directeur, die liever anoniem wil blijven in verband met de privacy van het kind, vertelt: ‘Ik vind dat heel lastig. We willen het meisje heel graag zien. Maar de ouders houden haar thuis. De vader valt in een risicogroep, dus uit angst voor besmetting komt ze niet. Ik kan me de angst zeker voorstellen, maar ik denk ook: stel dat dat coronagevaar nog twee, drie jaar blijft bestaan. Wat doe je het kind aan? Wat doet het met haar als ze zo lang niet op school is, nu al meer dan een half jaar?’ Ze is meteen in gesprek gegaan met de ouders, heeft geluisterd naar de angsten, verteld wat de school allemaal doet om zo veilig mogelijk te werken. ‘Ik denk dat je daar uiteindelijk altijd het meest mee bereikt, met in gesprek blijven. Maar op een gegeven moment zijn je argumenten op, en kom je niet verder.’

Risico’s beoordelen

Uiteindelijk heeft de directeur toch de leerplichtambtenaar ingeseind. ‘Dat is nu eenmaal de procedure. Er zijn best uitzonderingen mogelijk op de regel dat elk kind weer naar school gaat, maar dat moet dan wel onderbouwd zijn door een professional die de risico’s kan beoordelen. Een leerplichtambtenaar is er ook niet op uit om deze mensen op stang te jagen, dus daar zal eerst ook veel gepraat worden. De meningen in het team zijn wel verdeeld, moet ik zeggen. Er zijn leraren die het een beetje overdreven vinden van die ouders’, vertelt de schoolleider. ‘Wat ik wel zeker weet is dat als leerplicht besluit dat het geoorloofd verzuim is, wij er een taak bijkrijgen. Het is onze verantwoordelijkheid om onderwijs voor het meisje te verzorgen, meer dan nu werk naar haar toesturen. Dan moeten we waarschijnlijk online instructie gaan geven. En ja, dat verhoogt de werkdruk, dat is gewoon zo. Fysiek aanwezig zijn voor de rest van de leerlingen en daarnaast online onderwijs geven, gaat eigenlijk niet samen. Dus dat wordt een behoorlijke uitdaging!’

 Contact met ouders

Leerplichtambtenaren wilden meer handvatten om te praten met ouders die uit angst voor corona hun kind niet naar school sturen. Coach Esther Musch ontwikkelde daarop een online training, die ook geschikt is voor leraren, schoolleiders en zorgcoördinatoren. ‘Op school moet het gesprek beginnen. Als je de leerplicht inschakelt, is het eigenlijk al te ver. Ga zelf in gesprek met de ouder die zijn of haar kind thuishoudt. Ga op de relatie zitten, niet op pressie.’ Ze merkte aan de leerplichtambtenaren dat er ruwweg twee groepen zijn. Zij die het gesprek hierover voeren lastig vinden, omdat ze zich de angst voor besmetting goed kunnen voorstellen. En een groep die angst niet reëel vindt, als er geen sprake is van kwetsbaarheid in het gezin. ‘Die zijn dan geneigd wat meer druk op ouders te zetten, maar dat werkt averechts. Ouders gaan in de weerstand, omdat ze zo overtuigd zijn van hun angst. Maak contact door vragen te stellen, te luisteren, de angst serieus te nemen en geen oordelen uit te spreken. De ouder moet het gevoel hebben dat je naast hem staat. Vertel daarna over de maatregelen die de school allemaal neemt om besmettingen te voorkomen. En vraag wat het betekent voor het kind om niet naar school te gaan, geen vriendjes te zien, een uitzondering te zijn.’

tekst: Peter Magnée, Ilja Post, Ciska de Graaff, Edwin van Baarle