14 mei 2018

Schoolteams druk in gesprek over werkdrukgelden

werkdrukgelden
Het aantrekken van een conciërge is een veelgehoorde optie voor het werkdrukgeld.

Een onderwijsassistent aannemen, combinatieklas splitsen, gymleerkracht aanstellen, conciërge inzetten, iemand inhuren voor het organiseren van musical, Koningsspelen en kerstviering. Ideeën te over voor de werkdrukgelden die volgend schooljaar beschikbaar zijn. Schoolteams zijn druk bezig met plannen maken. Ondertussen houdt de Tweede Kamer de vinger aan de pols en krijgt personeel meer inspraak in de groepsgrootte.

Dat staken zin heeft, is wel duidelijk. Het een paar maanden geleden afgesloten werkdrukakkoord tussen minister en PO-Front – met daarin CNV Onderwijs – is er een gevolg van. Hierdoor is €237 miljoen eerder beschikbaar gekomen, namelijk al vanaf komend schooljaar. Dat loopt op naar €430 miljoen. Het is aan de teams om te besluiten hoe ze dat geld gaan inzetten en het schoolbestuur moet verantwoording afleggen dat het team daadwerkelijk zeggenschap heeft gehad. Per gemiddelde school van 225 leerlingen is dat €35.000,-.

‘Handige tool!’

CNV Onderwijs heeft een tool waarmee teams met elkaar in gesprek kunnen gaan over werkdrukvermindering. Van de tool wordt gretig gebruik gemaakt. Bij de lancering ervan op Facebook, is enorm veel geliked, gedeeld en gereageerd door leraren. ‘Klassen moeten gewoon kleiner! Dat verlaagt de werkdruk’, schrijft de een. ‘Hoe wil je dat doen met een lerarentekort?’ reageert een ander. ‘Ja joh, laten we de klassen groter maken, dan hebben we minder leraren nodig!’ Een cynicus schrijft: ‘Net zoals alle investeringen van de afgelopen twintig jaar zal het geld wel weer verspild worden. Want er is wel gebleken dat scholen niet weten waar ze het geld aan moeten uitgeven.’ Dat is overigens niet waar, want velen hebben het al over onderwijsassistenten, conciërges en andere extra handen in de klas. ‘We gaan ermee aan de slag!’ ‘Handige tool!’ En een sterk relativerende reactie: ‘Vergelijk eens de kosten van één leerkracht met die van één conciërge. En dan beweren dat wij slecht betaald worden. Wie durft dat nog?’

Zo schrijft iemand met zestien klassen

maar één onderwijsassistent te kunnen krijgen.

Cynisch

Er blijven natuurlijk altijd mensen cynisch en ontevreden, getuige deze reacties: ‘Het lijkt heel wat, maar het is te weinig om iets mee te kunnen. Bovendien moeten we er weer zoveel voor doen dat de werkdruk nog wel even blijft. Volgend jaar wordt het bedrag verdubbeld: kunnen we in ieder geval weer fijn een plan maken. Ze denken echt dat we niks anders te doen hebben in het onderwijs.’ ‘We moeten nu een avond terugkomen om over dit
werkdrukplan te praten. Lijkt me niet de bedoeling!’ Maar anderen worden ook gecorrigeerd als ze cynisch zijn. Zo schrijft iemand met zestien klassen maar één onderwijsassistent te kunnen krijgen. ‘Nou, dat zet zoden aan de dijk!’ Daarop reageert een ander: ‘Wij met acht groepen krijgen al ongeveer €30.000,-, dus zullen jullie ongeveer het dubbele hebben. Dus laat je niets op de mouw spelden!’

Goed bezig

Ondertussen houdt de Tweede Kamer de vinger aan de pols, zo bleek in een debat enkele weken geleden. Ze willen graag een monitor die duidelijk maakt hoe de gelden worden ingezet en wat het effect is op de werkdruk. Minister Arie Slob zegt die monitor toe. Hij zegt: ‘Er is een enorme dynamiek op scholen ontstaan om goede plannen te maken en het geld gericht in te zetten voor vermindering van de werkdruk. Studiedagen worden ervoor gebruikt, er hangen enorme vellen papier in de docentenkamer waarop ideeën en prioriteiten worden geschreven. Op zo goed als alle scholen worden gesprekken gevoerd of staan ze in de planning. Er wordt gedacht aan het aantrekken van onderwijsassistenten en conciërges, zodat leraren niet meer het schoolplein hoeven vegen, het uit elkaar halen van combinatieklassen, het benoemen van een medewerker voor oudercontacten en communicatie, een activiteitenbegeleider voor musical, Koningsspelen, kerstviering, het uitroosteren van leraren voor het voeren van oudergesprekken en het volgen van cursussen. Schoolteams zijn aan zet en de personeelsgeleding van de MR moet ermee instemmen.’

‘Laat scholen alsjeblieft zelf

beslissen hoe ze hun geld inzetten!’

Groepsgrootte

Ook de groepsgrootte is aan de orde in het Tweede Kamerdebat. Gemiddeld mag de groepsgrootte dan 23 leerlingen zijn, maar 4,6 procent van de scholen heeft groepen met 31 of meer leerlingen. Van den Hul (PvdA): ‘Er zijn nog steeds te veel grote klassen. Niet voor niets was plofklas dit jaar het woord van het jaar. Groepsgrootte is inderdaad iets van scholen, maar ik vind wel dat wij het kunnen hebben over een maximale groepsgrootte.’ SP’er Futselaar pleitte voor een bovengrens van 29 leerlingen, maar VVD en CDA wezen dat resoluut van de hand. Rudmer Heerema (VVD): ‘Laat scholen alsjeblieft zelf beslissen hoe ze hun geld inzetten!’ Lisa Westerveld (GroenLinks) hamert op inspraak van het personeel in de groepsgrootte. Slob benadrukt dat je, op basis van onderzoek, geen = teken kunt zetten tussen groepsgrootteverkleining en werkdrukvermindering of kwaliteitsverhoging. ‘Bepalend is de samenstelling van de groep, het onderwijskundig concept en de pedagogisch-didactische kwaliteiten van de leerkracht. Daarom ben ik niet voor een wettelijk maximum. Het is wél belangrijk dat personeel meer te zeggen krijgt over de groepsgrootte. Ik ben bezig met een wijziging in de wet op de medezeggenschap, met voor de personeelsgeleding instemmingsrecht op de meerjarige begroting en adviesrecht op groepsgroottebeleid. En dat is absoluut niet vrijblijvend!’ 

Werkdruktool
www.maakwerkvanwerkdruk.nl

Dit artikel verscheen eerder in Schooljournaal, tijdschrift van CNV Onderwijs.