23 april 2020

Reactie CNV Onderwijs op Staat van het Onderwijs 2020

De Inspectie van het onderwijs publiceert elk jaar een rapport met daarin de belangrijkste ontwikkeling in ons onderwijs. De Staat van het Onderwijs 2020 is op 22 april gepubliceerd. Dit jaar verkeert het onderwijs en onze hele maatschappij in een compleet nieuwe situatie. Naast het delen van de reguliere cijfers en trends, heeft de onderwijsinspectie oog voor de inspanningen om het onderwijs zo goed mogelijk in te richten en overeind te houden. Helemaal terecht vindt CNV Onderwijs.

Voorzitter Jan de Vries: ‘Het onderwijspersoneel levert een mega prestatie. Het waren al pittige maanden, maar deze crisis is daar overheen gekomen. In enkele dagen tijd is het onderwijs getransformeerd naar afstandsonderwijs. Teams hebben daar hard aan gewerkt en bereiden zich nu weer voor op het gefaseerd weer opstarten van het onderwijs. Een mega prestatie waar ik erg trots op ben.’

Diversiteit van achterstanden

De coronacrisis geeft een nieuwe dimensie aan onderwijsachterstanden. Het gaat daarbij om niet aangeboden lesstof, maar ook om kwetsbare leerlingen/studenten en frustraties dat sommige leerlingen en studenten nu totaal niet in beeld zijn. Juist nu maakt het onderwijspersoneel zich zorgen om de sociale en emotionele aspecten van onderwijs. Het ontbreken aan interactie tussen leerlingen en studenten en het onderwijspersoneel is moeilijk te meten, maar wel belangrijk onderdeel van de onderwijsopgave. CNV Onderwijs bepleit een groot onderzoek naar de diversiteit van de achterstanden, ook in relatie tot corona.

‘Onze leden maken zich grote zorgen over het mogelijke ‘afrekenmechanisme’ van de Inspectie’, zegt de Vries. ‘Niet alleen dit jaar, maar de komende jaren. Een ding moet bovenaan staan: het huidige onderwijs niveau kan niet tippen aan regulier onderwijs. We moeten met elkaar een andere norm hanteren van wat het hoogst haalbare kwaliteitsniveau is. We weten nu al dat de kwaliteit bij lange na niet wordt gehaald door het afstandsonderwijs. Dit komt bovenop de andere kopzorgen over de kwaliteit door de grote klassen, passend onderwijs, administratieve last, werkdruk en tekorten. Wij zijn blij hoe de Inspectie tot de zomervakantie haar werkwijze heeft aangepast. Wij hopen dat ze de komende tijd zeer coulant blijven handelen en oog hebben voor de bijzondere omstandigheden waar het onderwijs zich in bevindt.’

Kwaliteit onderwijs

CNV Onderwijs maakt zich zorgen om de onderwijskwaliteit. Al jaren geven onze leden aan het gevoel te hebben tekort te schieten door de werkdruk en het oplopende leraren- en schoolleiderstekort. Uit een enquête van het AD en CNV Onderwijs (september 2019) bleek dat 90 procent van de respondenten erkent dat het kennisniveau van leerlingen door de tekorten daalt. Dit is vooral te merken bij rekenen/wiskunde, taal en spelling. Inspectie constateert kwalitatieve zorgen op het gebied van luistervaardigheid en leesvaardigheid voor Nederlands en Engels. Ons onderwijs scoort heel goed als het gaat over taal beheersing, maar voor wat betreft toepassing en evalueren/reflecteren op kennis zakt ons niveau steeds verder weg (de zogenaamde “PISA paradox”). Dit vereist dat er in het curriculum meer tijd en ruimte komt voor deze aspecten. Dit sluit overigens naadloos aan op het eerdere advies van de ontwikkelteam van Curriculum.nu over taalbewust leren. Hopelijk neemt de Tweede Kamer deze aanbevelingen snel over.

Aanpak tekorten nodig

De tekorten zorgen dagelijks voor extra druk op vele scholen. Het onderwijs kampt met te weinig handen, oren en ogen om goed onderwijs te geven. De Inspectie laat wederom de grote (regionale) verschillen zien. Met name zwakke scholen en scholen met een uitdagende leerlingpopulatie hebben een groot aantal openstaande vacatures. Hierdoor ontstaan grote verschillen in het onderwijsaanbod. CNV Onderwijs is tevreden met de gerichte aanpak in de vijf grote steden via de zogenaamde noodplannen. Maar ook andere scholen die nu of binnenkort te maken krijgen met tekorten, zouden regionaal moeten gaan samenwerken om tot een pakket van benodigde maatregelen te komen.

Samenwerking in de aanpak van het lerarentekort is in de ogen van CNV Onderwijs hard nodig. De Inspectie ziet op kleine scholen in grote steden grotere risico’s voor de onderwijskwaliteit en een minder efficiënte inzet van onderwijsmiddelen (lees ook personeel). Daarmee komt naar hun oordeel het bestaansrecht onder druk. De Inspectie denkt door samengaan ook de tekorten te kunnen verminderen. CNV Onderwijs ziet nadrukkelijk ook voordelen van kleine scholen en staat voor de keuzevrijheid en diversiteit van het onderwijsaanbod. Het is daarom goed om over de conclusies van de Inspectie nog verder het gesprek te gaan. Samengaan van kleine scholen is zeker ook niet de oplossing van het lerarentekort. CNV Onderwijs blijft daarom aandacht vragen voor eerlijke beloning, verlagen van de werkdruk en administratieve lasten en meer ruimte voor het personeel om professioneel te handelen.

Blijvende aandacht kwaliteitszorg

Opvallend is dat 20 procent van de besturen in PO en VO geen regie heeft op de kwaliteitszorg van hun scholen. Ook in het mbo en hbo verdient kwaliteitszorg nadrukkelijke aandacht. Het onderwijs is gebaat bij een systematische en kritische kijk op onderwijs, toetsing en examinering. De Inspectie ziet dat een interne en externe dialoog leidt tot verbeteringen van de leerprestaties binnen een goede onderwijsleeromgeving. De Vries:Gelukkig zijn de cijfers over de kwaliteitscultuur iets beter, maar hoe kan je van onderwijspersoneel hoogwaardige kwaliteit verlangen, als er geen bestuurlijke visie is en sturing hierop ontbreekt? Dit is de kern van goed onderwijs. Juist daar is behoefte aan. Het ingrijpende coronavirus dwingt ons nog meer om hierover na te denken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in dialoog met elkaar. En dan samen keuzes maken, focus aanbrengen en vervolgens ruimte en vertrouwen geven aan het onderwijspersoneel.’

Passend onderwijs

CNV Onderwijs gaat uit van de gedachte dat kinderen alleen passend onderwijs kunnen krijgen, als leraren en onderwijsondersteunend personeel in de gelegenheid worden gesteld om goed onderwijs en goede zorg te bieden. Maar op dit moment frustreert passend onderwijs leraren, ondersteuners en schoolleiders enorm. Er zijn te grote klassen, teveel leerlingen die zorg nodig hebben en er is te weinig ondersteuning. De Inspectie constateert dat de kwaliteit van de samenwerkingsverbanden verschillend is. Zij pleit voor meer sturing, verheldering van doelen en faciliteren van samenwerking tussen onderwijs en zorg. De Inspectie heeft geen landelijk zicht op de ondersteuning, zodat er geen beeld kan worden gegeven van eventuele ‘systeemdrempels’ en of er sprake is van passende en effectieve ondersteuning. ‘Passend onderwijs knelt

 

en daar worstelen onze leden enorm mee. Ze willen regie, korte lijntjes en minder rompslomp. De werkdruk is groot. Het is goed dat de onderwijsinspectie nader onderzoek gaat doen. Uiteraard werkt CNV Onderwijs graag mee aan het ophalen van input bij het onderwijspersoneel. Daarnaast maakt de Inspectie ook inzichtelijk met welke regionale lappendeken het onderwijs te maken heeft. Er moet nu echt snel gekeken worden naar deze warboel. Systemenproblemen en administratieve lasten belemmeren nu de hulp voor leerlingen en studenten.’

Succesvolle voorbeelden delen

Figuur 12: Gezamenlijke sturing op de verbetering van onderwijskwaliteit

Inspectie ziet al jaren grote verschillen tussen scholen. Door het nieuwe inspectiekader (bestuursgericht toezicht) wordt steeds duidelijker waardoor de verschillen ontstaan en hoe besturen hiermee omgaan. Het scala aan voorbeelden heeft de Inspectie verzameld. Wat zijn de succesfactoren om goed te besturen? Wat vereist dit van het onderwijskundige leiderschap van de schoolleiders? En welke rol speelt het onderwijspersoneel? CNV Onderwijs is blij dat de Inspectie haar observaties en goede voorbeelden deelt. Zo kan het onderwijs van elkaar leren en zich verder verbeteren (zie figuur 12 uit de Staat van het Onderwijs 2020).