5 september 2019

Pleidooi voor Nedersaksisch op basisscholen

illustratie: Strips op maat

Het Nedersaksisch werd in 2018 een officieel erkende taal. Hendrik Jan Bökkers uit Raalte is muzikant met lesbevoegdheid. Hij zet zich in om het Nedersaksisch ook weer in het basisonderwijs op de agenda te krijgen. Want, zegt hij in Schooljournaal:  ‘In veel provincies is het verdraaid handig als je het spreekt. En het is méér dan alleen een dialect.’

Lange krullen, een baard en het liefst een elektrische gitaar om zijn nek. Hendrik Jan Bökkers is niet het prototype docent, als dat al bestaat. Hij is muzikant. Je kent hem misschien als (achtergrond)zanger en liedjesschrijver van Jovink en de Voederbietels, met onder meer de zoon van Normaal-voorman Bennie Jolink in de formatie. Of van zijn eigen band Bökkers waarmee hij liedjes zingt in het Sallands, een dialect van het Nedersaksisch. Bökkers groeide op in Overijssel. Hij studeerde aan de pabo en werkte als docent. Nu gesproken wordt over het introduceren van het Nedersaksisch in het basisonderwijs, voelt hij zich geroepen om zich daarvoor in te zetten. ‘Omdat het doodzonde is als onze taal verloren zou gaan. Het is cultureel erfgoed, daar moet je zuinig op zijn.’

Geleerd van Fries

Bökkers voegt de daad bij het woord. Hij werkt vanaf 1 augustus 2 dagen per week bij de IJsselacademie in Zwolle, het instituut voor regionale geschiedenis en streektaal in West-Overijssel. Het doel: Nedersaksisch, de taal die grofweg van de Achterhoek tot aan Groningen gesproken wordt, terugkrijgen in het basisonderwijs. ‘Niet op een gedwongen manier. Maar gewoon omdat we het met z’n allen leuk en belangrijk vinden.’ Wat dat betreft heeft hij geleerd van hoe het in Friesland ging nadat Fries een officiële taal werd. Veel scholen zaten niet te wachten op de verplichte lessen en haalden de wettelijk verplichte normen niet. ‘Het grote verschil is dat Friese lessen een verplichting werden. Dat werd wettelijk opgelegd. Dat geldt voor het Nedersaksisch niet.’

Dat vrijblijvende heeft voordelen en nadelen, aldus Bökkers: ‘Doordat het niet verplicht is, mis ik als curriculumontwikkelaar kaders. Er zijn geen normen. Waar moet het onderwijs aan voldoen? Welke doelen moeten gehaald worden? De weg is nog volledig onontgonnen. Nedersaksische lessen zijn facultatief. Wil je meedoen, dan doe je mee. Dat betekent dat iedereen die meedoet het ook echt wil, en enthousiast is. Dat is fijn. Aan de andere kant maakt het het ook lastiger om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen.’

Eigen lesmateriaal

Maar is er überhaupt wel vraag naar vanuit basisscholen om de Nedersaksische taal onderdeel te maken van het curriculum? Leraren hebben immers al genoeg op hun bordje met alle eisen waar ze aan moeten voldoen? Bökkers denkt niettemin van wel. ‘Veel scholen doen het nu zelf al. Op hun eigen manier. Daar lezen ze verhalen voor in het Nedersaksisch, geschreven door een vader van school. Ze zingen liedjes bedacht of opgeschreven door een moeder. Het zou fijn zijn als zij echt lesmateriaal zouden krijgen waarmee ze uit de voeten kunnen. Natuurlijk zijn er ook ouders, kinderen en scholen die minder enthousiast zijn. Ik kan me voorstellen dat er in een klein dorp tegen de grens met Duitsland meer animo voor is dan in een nieuwbouwwijk in Deventer. Doordat er niks opgelegd wordt, is daar ook ruimte voor.’

Geen plat praten

‘Let wel’, zegt Bökkers, ‘het doel is echt niet dat kinderen na de basisschool hele epistels in het Nedersaksisch kunnen schrijven. Bij te hoge eisen ga je de mist in. Het zou mooi zijn als ze de taal kunnen verstaan en een beetje kunnen schrijven en spreken.’ Daarnaast is het Nedersaksisch méér dan alleen een taal. ‘Het is ook geschiedenis en een attitude.’ Misschien vindt hij het nog wel het belangrijkst dat het negatieve imago van de taal afgaat: ‘Mensen noemen Nedersaksisch nog wel eens “plat praten”. Ik hoor ook ouders die zeggen: “dat doe je thuis maar”. In de jaren zeventig is een lijn ingezet dat je je moet schamen voor je dialect. Alsof alleen ABN een juiste manier van spreken was. Daar moeten we snel vanaf. Het een lokale taal, daar mag je juist trots op zijn. Als we dat bereiken, zul je ook zien dat de taal beter behouden blijft.’

Wat is Nedersaksisch?

Nedersaksisch is een officieel erkende taal. Niet alleen in Nederland maar ook bij onze oosterburen. Hoeveel mensen het in ons land spreken is niet bekend, in Duitsland zijn het er naar schatting zo’n 5 miljoen. Nedersaksisch bestaat uit verschillende Nederduitse dialecten. Alleen bij ons zijn er al minstens zeven regionale varianten vernoemd naar de plek waar ze gesproken worden: Twents, Veluws, Sallands, Drents, Achterhoeks, Stellingwerfs, Gronings. Kortom: ‘t Nedersaksisch is “gien” eenheid.’

Voorbeelden van Nedersaksisch zijn: krang = binnenstebuiten; slim – erg; bolle – stier; tweeduuster – schemering; manks – soms; soeze – sul; iekertie – eekhoorn; meeps – slapjes; freg – brutaal; miegempen – mieren

Samen bereiken

Het doel van Bökkers is vooralsnog het formuleren van kerndoelen. ‘Als we Nedersaksische les willen gaan geven, moet je die eerst opstellen voordat je aan de slag kunt.’ De muzikant heeft daarvoor overleg met allerlei groeperingen die toegewijd zijn aan het behouden van de taal. ‘Die wordt in vijf verschillende provincies gesproken. Als je Urk bij Flevoland telt, eigenlijk zes. Dat is een omvangrijke klus. Ik wil niet focussen op de verschillen maar op de overeenkomsten. We hebben allemaal hetzelfde doel: het Nedersaksisch als taal niet verloren laten gaan. Ik geloof dat we dat samen kunnen bereiken. En ja, dat begint natuurlijk bij de kinderen op de basisschool.’

tekst: Renée Lamboo