13 juni 2018

Passend onderwijs niet uitvoerbaar zonder extra handen

foto: Willem Laros

De Tweede Kamer is geschrokken van de vele knelpunten in het passend onderwijs. Meer dan 4.000 kinderen zitten thuis, omdat er voor hen geen geschikte opvang is, leraren bezwijken bijkans onder de hoeveelheid problematiek in de klas door gebrek aan extra handen, veel tijd gaat verloren aan overleg en ‘noodzakelijke’ administratie. En wat doen besturen/scholen en samenwerkingsverbanden eigenlijk met die €2,5 miljard die jaarlijks voor passend onderwijs wordt uitgetrokken? Een meerderheid van het parlement eist snel verbeteringen.

Dacht de politiek nou echt dat waar wij twintig jaar over hebben gedaan even in vier jaar zou lukken? Bij ons krijgt ieder kind de aandacht die het verdient, maar daar is een lang traject van (bij)scholing aan voorafgegaan.’
Teun Dekker, directeur van school voor inclusief onderwijs De Kroevendonk in Roosendaal, waar (meervoudig) gehandicapte en niet-gehandicapte leerlingen samen les krijgen, vindt het onterecht dat ‘Den Haag’ niet zelf het boetekleed aantrekt. ‘Er is onvoldoende nagedacht over de uitvoering. Waar was het geld voor de extra handen in de klas, waarom is het personeel niet beter voorbereid, waarom is er zoveel bureaucratie bijgekomen? Voor de invoering van passend onderwijs deed ik een keer in de vier jaar een aanvraag voor een rugzak voor een kind met het syndroom van Down. Nu moet dat ieder jaar voor ook nog eens minder geld. Voor elk klein dingetje moet ik bij het samenwerkingsverband om geld bedelen.’

In kaart brengen

Dekker vermoedt dat de politiek het probleem van de thuiszitter met passend onderwijs wilde oplossen. ‘Dan had er toch iets meer moeten gebeuren, bijvoorbeeld door het ontschotten van onderwijs en jeugdzorg en minder het accent op rekenen en taal.’
Hij is blij dat zijn school destijds gekozen heeft voor een inclusieve aanpak. ‘Passend onderwijs voor een kind kan ook ver buiten de buurt worden gevonden, wij accepteren ieder kind uit de wijk. En als wij een aanmelding krijgen met een specifieke zorgbehoefte, dan gaan we dat eerst in kaart brengen met de intern begeleiders, de ouders en alle experts die nodig zijn. Daarna gaan we er als team naar kijken hoe we dat kunnen bereiken, bijvoorbeeld met extra uren voor een onderwijsassistent. Op die manier is er veel mogelijk hoor.’

Zwaar

Jacintha Daniëls (59), leerkracht groep 3 op basisschool SamSam in Oosterhout heeft een hard hoofd in het slagen van passend onderwijs. ‘De gedachte erachter is mooi, mits er geld bijkomt. In de kern is het op alle fronten een bezuinigingsmaatregel. Daardoor zijn er ook alleen maar verliezers. Ik heb maar 23 kinderen in de klas, die allemaal goed Nederlands spreken. Toch is het zwaar, omdat ik veel leerlingen heb met gedragsproblematiek. De onrust die dat geeft, kan invloed hebben op de cognitieve ontwikkeling van de anderen.’ Ze vertelt over haar instructietafel, waaraan ze elke ochtend tien kinderen extra uitleg geeft. ‘En dan heb ik nog een middengroep en leerlingen die hoogbegaafd zijn. Hoe moet ik dat doen in mijn uppie? Dat gaat gewoon niet.’

Moeilijk concentreren

‘Wat ook meespeelt’, zegt Daniëls, ‘is dat kinderen in vergelijking met tien jaar geleden een slechtere luister- en werkhouding hebben. Ze kunnen zich moeilijk concentreren, kunnen niet omgaan met uitgestelde aandacht en gaan ook niet zelf op zoek naar een oplossing. Dan wordt het lastig met passend onderwijs, vooral als je niet de hulp hebt van een onderwijsassistent.’ Ze zegt dat drie kinderen in de groep tekort komen voor het reguliere onderwijs. ‘Voornamelijk, omdat we ze niet de juiste (een-op-een)begeleiding kunnen geven. Ik ben nu met de papieren bezig om hen doorverwezen te krijgen naar het speciaal onderwijs.’ Ze is bang dat een aantal van haar jonge collega’s het werken met zoveel niveauverschillen te zwaar vindt. ‘Ik begrijp alle aandacht voor werkdruk en salaris, maar het probleem zit volgens mij echt in het passend onderwijs. Jammer als mensen met passie voor dit prachtige vak daardoor afhaken.’

Minimaal

‘Als ouder zie ik op de basisschool dat passend onderwijs maar mondjesmaat lukt. Ons kind bleek een hoog IQ te hebben, maar is ook een onderpresteerder. Als ouder moet je flink aan de bel trekken om het onderwijs passend te krijgen. En dan nog is het minimaal’, zegt Yvonne Wilkens (44), leraar basisvorming op het Prisma (vso/mg) in Arnhem, waar ze gewend is om leerlingen op hun eigen niveau te laten werken, ook met Cito-toetsen. ‘Daar gaat het goed, maar voor de Plusklas op de school van mijn kinderen moet aan een hele lijst criteria worden voldaan, waardoor er bijna niemand voor in aanmerking komt. Extra materiaal is niet of weinig voorhanden. En met klassen van ruim 27 kinderen met allerlei problemen (zoals adhd), is het voor een leerkracht zonder hulp niet te doen. Voor de kinderen met een leerachterstand is meestal wel materiaal in de school te vinden en zijn de wegen voor hulp al in kaart gebracht. Voor de kinderen die naar boven “uitvallen” moet dit meestal nog aangeschaft worden.’

Vier maanden thuis

‘Kinderen komen nu door passend onderwijs vaak te laat naar het speciaal onderwijs, waardoor de problematiek groter is en moeilijker aan te pakken. Er is dan te lang niets aan gedaan en op zijn beloop gelaten’, waarschuwt Anouk Meuter (28), namens Maandag cluster 4-leraar op school voor speciaal onderwijs De Isselborgh in Doetinchem. ‘De reguliere school biedt gewoon te weinig mogelijkheden. Maar als je een procedure start om die kinderen naar het speciaal onderwijs te krijgen dan duurt dat tegenwoordig zo lang, dat sommige kinderen zelfs vier maanden thuis komen te zitten. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van passend onderwijs? Het is sociaal-emotioneel niet goed voor de ontwikkeling van het kind, maar ook didactisch niet. En het lijkt me ook niet goed voor de vader of moeder als een kind de hele dag thuis is. Dan ben je weer de leerkracht, dan weer de ouder. Triest.’

Verschil maken

Meuter: ‘Ik heb zelf anderhalf jaar in het regulier onderwijs gewerkt en daardoor weet ik uit ervaring hoe lastig het is als je in een klas met 28 leerlingen ook kinderen hebt met autisme, adhd, een combinatie hiervan, een moeilijke thuissituatie of traumatische ervaringen. Ze hebben nu eenmaal meer aandacht en begeleiding nodig. Dat lukt niet in je eentje. Toch zie ik ook de voordelen van passend onderwijs, want anders moet een kind met de taxi naar een school ver uit de buurt, weg van zijn vriendjes en sociale contacten. Het zou al helpen als klassen in het reguliere onderwijs iet zo belachelijk groot zouden zijn. Met minder leerlingen en een onderwijsassistent voor twee dagen kun je al het verschil maken. Dat is beter dan dat je tegen een kind dat boos en gefrustreerd is, omdat iets niet lukt, zegt: “Ga maar tekenen, want daar word je rustig van.’’’

‘Weg met passend onderwijs’

Er zijn veel leerlingen met een zorgbehoefte bijgekomen die onvoldoende geholpen kunnen worden. Daarom moeten de klassen kleiner en moet er extra specialistische hulp worden ingeschakeld om alle kinderen de juiste aandacht te geven. Dat kon unaniem worden opgemaakt uit de posters met stellingen over passend onderwijs, die leraren konden invullen toen ze zich tijdens de estafettestaking van het primair onderwijs in Overijssel en Gelderland lieten registreren. En ook: ‘Passend onderwijs is mislukt’, ‘Een mooie theorie, maar praktisch niet haalbaar’, ‘Door passend onderwijs zijn leerkrachten en kinderen de dupe’, ‘Onze directie en interne begeleiding staan niet voor de groep en hebben daardoor weinig idee van de werkdruk en waar wij precies tegenaan lopen’, ‘Als je alle leerlingen op onze basisschool wilt houden, moet er meer bijscholing komen’, ‘Terug naar de basis: oog voor de kinderen. Een baan voor de klas in plaats van achter de computer!’ en ‘Onderwijsassistent gaat voor inzetten ict.’   

‘Passend’ voortgezet onderwijs?

De zorgen van Pascal van Tielraden, directeur van het Kenniscentrum Gedrag in onderwijs, dat is gekoppeld aan scholen voor speciaal onderwijs de J.H. Donnerschool in Hilversum en De Glind in Barneveld, zijn meer gericht op het voortgezet onderwijs. ‘Er zit een weeffout in de opzet van het passend onderwijs. Het internationale verdrag voor de rechten van de mens met een handicap zegt dat je voor alles moet kiezen voor het reguliere onderwijs. Dat blijkt in de praktijk soms een hele opgave. Misschien ben ik cynisch, maar scholen proflileren zich liever met een technasium, sportklas of cultuurklas. De vrees bestaat kennelijk dat zorgkinderen een aanzuigende werking hebben en dat het wellicht leerlingen kost. Bovendien is de individuele betrokkenheid van docenten in het voortgezet onderwijs anders dan in het primair onderwijs. Vertoont een leerling vervelend gedrag, dan denkt een docent misschien al snel: die jongen of dat meisje heb ik maar drie uur in de week, dat overleef ik wel. In het primair onderwijs kun je niet wegduiken, want zo’n kind zit de hele dag bij je in de klas. Je moet een oplossing zoeken.’