25 juni 2019

Passend onderwijs knelt aan alle kanten

foto: Wilbert van Woensel

Morgen debatteert de Tweede Kamer over passend onderwijs. CNV Onderwijs vindt dat er nog te weinig veranderd is sinds het vorige debat van januari. De frustratie zit hoog. Het lijkt alsof de politiek de urgentie niet door heeft.

Passend onderwijs frustreert leraren, ondersteuners en schoolleiders enorm. En is de grote veroorzaker van werkdruk. Passend Onderwijs is voor veel leden in het dagelijks werk een belangrijk probleem. Leden willen het allerbeste voor hun leerlingen en zijn zeer betrokken. Maar er zijn teveel grote klassen, teveel leerlingen die zorg nodig hebben en er is te weinig ondersteuning. Het lukt nu gewoon niet. Schueler: “Al eerder gaven onze leden aan dat passend onderwijs knelde, maar nu is de rek er echt uit. Aan de wil ligt het niet. Wel aan de randvoorwaarden. Door te veel administratie, te lange procedures en te grote klassen kunnen onze leden niet meer voor goed onderwijs zorgen. En dat frustreert enorm. Zoals het nu in de meeste scholen gaat, gaat het niet goed. Het draagvlak voor passend onderwijs verdwijnt, ook onder diegenen die dat onderwijs verzorgen.”

Op deze voet verder is geen optie
Zo doorgaan is geen optie. Leraren verlaten het onderwijs omdat ze het niet meer kunnen opbrengen. Leerlingen krijgen niet het onderwijs wat ze nodig hebben. Er is te veel rompslomp rondom een leerling. Dit krijgen wij terug van onze leden:
• ‘We hebben iets opgetuigd wat niet werkt. Ieder kind verdient goed onderwijs. In Nederland hebben we regulier tot (v)so onderwijs. Erken ook de bijzondere schoolsoorten waar leerlingen ondersteuning krijgen die ze nodig hebben door professionals. De doelen van de wet op Passend Onderwijs zijn prachtig, maar zijn holle zinnen in de praktijk.’
• ‘De snelheid voor doorverwijzing of de aanvraag voor ondersteuning in de klas slurpt tijd en energie. Dit moet sneller. Neem professionals serieus. Zij kennen de leerling en hebben het beste met hem of haar voor. Voorkom frustraties en lever zsm hulp aan dit kind op de plek waar het nodig is, namelijk in de klas/school. En als dat niet lukt, op een school waar het kind wel de hulp kan krijgen die het nodig heeft.’
• ‘Geld moet het kind volgen en kan en mag niet in structuren, administratie of onnodige overleggen gaan zitten.’

Oplossingen die wij voorstellen:
– Het doorverwijzen naar speciaal onderwijs moet minder bureaucratisch worden en leerlingen die het betreft moeten eerder in aanmerking kunnen komen voor speciaal onderwijs.
– Meer onderwijsondersteuners binnen de school.
– Geld voor passend onderwijs uitgeven in de klas en niet op de bankrekening van de samenwerkingsverbanden oppotten.

Lees hier de kamerbrief d.d. 24 juni 2019