27 november 2020

Op deze school ging het roer om na de lockdown

Kristel Klokke (rechts) en Jantine Bouman op de speelplaats van de Prins Mauritsschool in  Tiel. Foto: Raphaël Drent

Het team van filiaal West van de Prins Mauritsschool in Tiel ‘werd wakker’ tijdens het afstandsonderwijs in maart. Zij zagen hoezeer ze vastzaten in het keurslijf van de oude denkpatronen over onderwijs. ‘Het moet anders’, realiseerden ze zich. En weet je wat? Ze déden ook! Het roer ging om op de basisschool. ‘We zien de kinderen opbloeien. Ze stralen allemaal.’ 

tekst: Jacqueline Bot

‘We waren al aan het nadenken over een nieuwe schoolvisie’, vertelt Kristel Klokke, directeur van de multiculturele school. ‘En toen kwam de lockdown.’ Wat haar in die bizarre periode opviel, was hoe rap haar team wist te switchen naar het afstandsonderwijs. ‘Maar nóg opmerkelijker was dat de kinderen zo snel konden schakelen en veel zelfstandiger bleken te zijn dan we ons altijd hadden gerealiseerd’, zegt ze. ‘Wij werken met Snappet, een digitaal systeem, waardoor we hun voortgang steeds goed konden monitoren. Ze bleken over het algemeen prima te presteren.’ Het opende haar ogen. ‘Ik dacht: hoe kan dit, hebben we soms zitten slapen al die jaren? Doen we het wel goed? Houden we onze kinderen niet te strak?’
Meteen nadat de scholen in mei weer open mochten, ging Klokke met haar team om de tafel. ‘We vonden allemaal dat we niet konden negeren wat we hadden ervaren. Dus zomaar terugkeren naar het oude was geen optie meer. Tijdens een studiedag hebben we besproken wat er anders kon. Maar we hebben het vooral ook onze kinderen gevraagd. Bij een leerlingenarena die we georganiseerd hebben, wisten zij heel duidelijk te vertellen wat ze wilden aanpassen aan ons onderwijs.’

In een harnas

Daar kwam bijvoorbeeld uit dat de kinderen het fijn vonden zelf hun dag in te delen, vertelt Jantine Bouman, leerkracht van groep 7/8. ‘Zo kregen ze tijdens het thuisonderwijs – noodgedwongen – ’s ochtends alle instructies tegelijk voor de hoofdvakken. Vervolgens gingen ze zelf aan de slag, waarbij we merkten dat sommige kinderen bijvoorbeeld eerst begonnen met rekenen, terwijl anderen dat juist voor het laatst bewaarden. Ook bepaalden de leerlingen zelf hoeveel tijd ze aan een vak wilden besteden: één uur taal bijvoorbeeld in plaats van anderhalf uur en dan wat langer rekenen of even spelen. Wat hen verder goed beviel, is dat ze niet hoefden wachten op de rest als ze klaar waren met een opdracht.’
Toen Klokke en haar team alle input van de kinderen goed tot zich door lieten dringen, realiseerden ze zich: ‘Ons onderwijs is veel te gestandaardiseerd, zoals op zoveel scholen. Het is leerkrachtgericht in plaats van kíndgericht. Begrijpelijk vanwege alle uitdagingen die er zijn in het onderwijs, zoals de grote klassen en passend onderwijs, maar niet het beste voor de kinderen. We hebben hen daardoor te veel in een harnas gehouden, en alles min of meer plat geslagen.’

Geen weg terug

Bouman: ‘Na dat besef was er geen weg terug voor ons: onze traditionele manier van lesgeven moest om, en wel meteen.’ Zo geven ze nu bijvoorbeeld de instructies in een keer, zegt ze. ‘Leerlingen mogen daarna zelf hun tijd indelen en bepalen welke vakken ze wanneer doen. Wij zijn veel meer in een coachende rol gestapt, waarbij we hen stimuleren tot eigen initiatief, vanuit hun natuurlijke nieuwsgierigheid en zelflerend vermogen. Daarom zijn we er ook mee gestopt dat ze de hele dag aan een tafeltje moeten zitten. Centraal staat nu: wat werkt op dit moment voor dít kind het beste om tot leren te komen? Voor de een is dat inderdaad zittend op een stoel, maar voor een bewegelijker kind kan het veel fijner zijn om bijvoorbeeld de tafels te oefenen terwijl het buiten speelt, zoals onder het hinkelen of met touwtje springen. En weer een ander kind komt tot meer als het chill op een loungekussen zit.’ Klokke: ‘Aan die verschillende behoeften willen we zo veel mogelijk tegemoet komen. Daarom hebben we ook opnieuw gekeken hoe we onze onderwijsassistenten het beste kunnen inzetten. Zij lopen nu meer rond en schakelen tussen de verschillende groepen, waardoor ze gerichter kunnen begeleiden.’

Veel vervulling

Er is geen twijfel over mogelijk dat ze als team de goede weg zijn ingeslagen met de veranderingen. Al helemaal nu ze inmiddels een half jaar verder zijn. Bouman: ‘We merken dat de kinderen er blij van worden. Ze voelen zich veel meer uitgedaagd en je ziet ze steeds zelfstandiger worden. Het komt nu immers uit hen zélf en dat doet veel: ze komen tot bloei en stralen helemaal. Prachtig om te ervaren!’ Het geeft haar persoonlijk ook veel vervulling, zegt ze. ‘Mijn werk is er absoluut leuker op geworden. In het begin was het spannend om uit die comfortzone te stappen, en leerlingen meer los te laten. Maar doordat het wérkt, sloeg die onzekerheid al snel om in enthousiasme en creativiteit. Alsof ik mijn vak opnieuw ontdek. Dat zie ik ook bij mijn collega’s. We staan er allemaal hetzelfde in.’

Het is eigenlijk heel simpel, als je erover nadenkt, zegt Klokke. ‘Volwassenen vinden het prettig om autonomie te hebben, waarom zou dat voor kinderen anders zijn? Dat wij dachten het voor hen te moeten bepalen en hen dus te betuttelen, is simpelweg een geloof geworden, waarmee we elkaar allemaal in de tang hielden. Komende tijd gaan we onze onderwijsvisie daarom nog verder tegen het licht houden. Kwalitatief goed onderwijs bieden was altijd al ons doel, maar als de werkelijkheid anders blijkt te zijn dan je dacht, kun je niet anders dan meebewegen. Zo zie ik het.’