10 maart 2020

Nadere informatie over coronavirus voor het onderwijs

Het aantal besmettingen met het nieuwe coronavirus neemt in ons land toe. Ook het onderwijs heeft te maken met de gevolgen van de verspreiding van het virus. Als werknemer kun je hier vragen en zorgen over hebben. Het ministerie van Onderwijs heeft alle onderwijsorganisaties, waaronder CNV Onderwijs informatie toegezonden die wij nu graag met jou delen. Wij leven mee met iedereen die hier direct of indirect mee te maken heeft. Wij wensen hen en ook de hulpverleners veel sterkte toe

In de fase waarin we ons nu bevinden kan iedereen zonder verkoudheidsklachten of koorts naar werk, school en evenementen. De situatie in de provincie Noord-Brabant is op dit moment anders. Voor deze provincie geldt het advies om bij verkoudheid, hoesten of koorts sociale contacten te beperken en in dat geval thuis te blijven. Hier is op maandag 9 maart de oproep aan werkgevers toegevoegd om waar dit redelijkerwijs mogelijk is, thuis te werken. Deze oproep geldt tot en met maandag 16 maart.

Thuisblijven bij klachten

Door deze maatregel kan het zijn dat onderwijspersoneel met klachten van verkoudheid, hoesten of koorts thuis moeten blijven, waardoor onderwijsinstellingen op zoek moeten naar vervanging. In dat geval geldt het reguliere beleid, waarbij de onderwijsinstelling een oplossing zoekt of maatregelen voorstelt. Mocht er geen vervanging of een andere oplossing voor handen zijn, dan is het aan de onderwijsinstelling zelf om de afweging te maken of het onderwijs door kan gaan of dat groepen thuis moeten blijven. Zij zullen de (ouders van) leerlingen of studenten hierover informeren.

Er is een Q&A opgesteld voor scholen en universiteiten.

Duidelijkheid

CNV Onderwijs beseft dat de situatie steeds verandert en er nog veel vragen onbeantwoord blijven. Schoolleiders en schoolteams staan soms voor moeilijke afwegingen. Wij roepen daarom schoolbesturen op goed overleg te voeren met hun schoolleiders en medezeggenschapsraden en oog te hebben voor hun zorgen. Heldere richtlijnen van het ministerie van Onderwijs en het RIVM kunnen daarbij helpen. Onderwijspersoneel, ouders,  leerlingen en studenten hebben behoefte aan zo veel mogelijk duidelijkheid.