4 mei 2020

Minister Slob ziet toegevoegde waarde online lesgeven

 

Minister Slob: ‘Er zijn verschillende protocollen waarin oplossingen staan voor kwetsbaar personeel.’ Foto: ANP/Sem van der Wal.

Het is een hectische tijd voor Onderwijsminister Arie Slob, waarin hij door het rondsluipende coronavirus beslissingen heeft moeten nemen die hij liever niet had genomen, zoals het sluiten van de scholen. ‘Het is al een grote verantwoordelijkheid om bewindspersoon te zijn, maar in deze tijd voel je dat extra zwaar.’ Gelukkig schijnt er licht aan het einde van de tunnel. Op 11 mei gaat het primair onderwijs weer van start.

 Premier Rutte zei dat hij zich kon voorstellen dat op maandag de ene helft van een klas naar school gaat en op dinsdag de andere helft. Kritische geluiden vervolgens uit het onderwijsveld dat halve dagen effectiever zouden zijn dan 6 uur aan kernvakken.

‘Laat ik beginnen met te zeggen dat het fijn is dat er weer ruimte is om de scholen te openen. Ik hoop oprecht dat straks meer kinderen in een keer naar school kunnen komen, maar nu kan het nog niet. Het advies van het OMT (Outbreak Management Team) ging ook zeker niet die richting uit. Slechts de helft van de schoolpopulatie mag op een dag in het gebouw zijn. Uiteraard moeten alle groepen aan de beurt komen, maar dat is aan de school om dat op een juiste wijze in te richten. Het heeft er ook mee te maken dat je dan veel minder drukte hebt in en rond de school. Met halve dagen heb je meer wisselingen, soms ook dubbele groepen en moet je weer regelen dat er een half uur tussen zit. Kortom, het is veel overzichtelijker en veiliger om het zo te doen. We komen van ver, eerst zien of dit goed gaat. Dat advies ligt ook vast in het protocol dat de onderwijsorganisaties hebben afgesproken.’

11 mei is een harde datum? Er zijn ook geluiden van scholen dat de opening te vroeg komt, omdat ze er nog niet klaar voor zijn, direct na de meivakantie.

‘Ja, scholen kunnen niet eenzijdig zeggen, we wachten nog even. Kinderen willen ook graag weer. Die datum ligt vast en ook dat we niet kiezen voor halve dagen voor leerlingen. Maar het is verder geen plan dat topdown wordt neergelegd. Hoe scholen zaken verder willen invullen, ligt ook aan de MR waar leraren en ouders bij betrokken zijn. Het moet gedragen worden door de verschillende personen die met de school te maken hebben. Hoe dan ook moeten de RIVM-regels in acht worden genomen met betrekking tot handen wassen, in de elleboog niesen en het afstand houden tussen volwassenen. Daar gaan we niet mee marchanderen.’

Risicogroep

Kunt u zich voorstellen dat leraren en schoolleiders toch nog met heel veel vragen zitten?

‘Dit is een tijd dat we allemaal vragen hebben. Maar dat lijkt me normaal door de crisis waarin we zitten. Het belangrijkste is dat we nu stap voor stap richting 11 mei met elkaar de goede dingen doen. Ik denk dat door het protocol al heel veel vragen zullen verdampen. Wat ik belangrijk vind is dat we met elkaar proberen op een redelijke manier weer onze weg te vinden. Ik zie ongelooflijk veel energie in het onderwijsveld om dat op een verantwoorde manier te doen.’

 

‘Een school zonder leerlingen, is een school zonder ziel’

 

Oudere, qua gezondheid kwetsbare leraren, zullen zich zorgen maken over besmetting door corona. Als zij om die reden niet naar school willen komen of omdat ze een kwetsbaar familielid hebben, wat dan?

‘Er zijn verschillende protocollen, ook een voor het speciaal onderwijs en daarin wordt daar aandacht aan besteed. Ik ben daar ook heel duidelijk over geweest. Als je behoort tot een risicogroep dan mag je niet eens naar school. Dan zou het wel fijn zijn als je ook thuis werk kunt verrichten. Want er is genoeg te doen. Als er twijfels zijn of het wel verantwoord is naar school te komen en je hebt daar ook zorgen over, dan staat er een heel duidelijk en dringend advies in het protocol: ga in overleg met je werkgever om tot goede afspraken te komen. Heb je een goede gezondheid, dan kun je gewoon naar school. Heb je klachten die langer dan een dag duren dan kun je je laten testen. Dat is een belangrijke voorwaarde geweest bij het openstellen van de scholen. Ouders moeten uit de school blijven en volgens het protocol ook niet op het schoolplein komen. De school moet regelen dat kinderen op een veilige manier aan het onderwijspersoneel worden overgedragen.’

Indringend

Hoe heeft u de afgelopen maanden ervaren? U bent leraar geweest, u bent vader, grootouder. U kunt zich in de gevolgen van veel corona-maatregelen verplaatsen. Maar u bent ook minister, dus politiek verantwoordelijk.

‘Dit zijn voor iedereen hele bijzondere tijden. Het is al een grote verantwoordelijkheid om bewindspersoon te zijn, maar in deze tijd voel je dat extra zwaar. Ook met eerdere besluiten die ik heb moeten nemen, zoals het schrappen van de centrale examens, het cancelen van de eindtoets, het sluiten van de scholen. Dat is best indringend. Ik sta 24/7 aan om alles te doen voor het onderwijs wat binnen mijn mogelijkheden ligt. Ik ken het onderwijsveld best goed. Heb ook nog veel contacten uit mijn eigen onderwijstijd en krijg veel vragen, maar ook tips hoe zij het met elkaar doen en wat ze aan voorbeelden hebben. Ik heb een aantal digitale werkbezoeken gebracht, een enkele keer zelfs in de school geweest op gepaste afstand, en dan ben ik heel erg onder de indruk van wat ik zie. Er is veel veerkracht in het onderwijs. Uiteraard zijn er mensen die wat minder mee kunnen komen, maar het overgrote deel redde het wel. Meer dan dat zelfs. Daar ben ik trots op.’

Minister Slob: ‘Onder de indruk van veerkracht onderwijs.’ Foto: ANP/Hollandse Hoogte/Laurens van Putten.

Over het voortgezet onderwijs zei Rutte dat scholen zich kunnen voorbereiden op 1 juni. Dat wordt natuurlijk een veel lastigere opgave, omdat je ook zit met leerlingen die met het openbaar vervoer komen.

‘Dat is ook de reden dat er nu geen ruimte voor is gegeven. Het gaat ook om oudere leerlingen en dat is een factor die meegewogen heeft. Ik ga niet speculeren of het doorgaat, maar in algemene zin hoop ik natuurlijk dat er weer andere tijden komen en we weer meer kunnen gaan normaliseren. Het is spitsroeden lopen. De druk die er nog steeds op de ic-bedden ligt, de zorgen of er wel menskracht en capaciteit is voor andere, belangrijke medische handelingen. Dat bepaalt mede onze handelingsruimte.’

Volwaardige diploma’s

Denkt u dat leerlingen veel achterstanden hebben opgelopen?

‘We weten dat er een bepaalde categorie leerlingen is die extra kwetsbaar is. Op het moment dat je dan niet in het zicht van de school bent en niet eens te bereiken bent, dan wordt die achterstand alleen maar groter. Ik heb gezien dat scholen daar op een hele goede manier invulling aan hebben gegeven om ook deze kinderen te bereiken.’

En hoe moeten achterstanden weggewerkt worden? Zomerschool? Kortere vakanties?

‘Daar ben ik mee bezig en daar vraag ik ook advies over aan de Onderwijsraad. Het principe van de zomerschool bestaat al. We hebben daar budget voor. Ook dat bespreken we komende tijd in goed overleg

met de onderwijspartijen. Aan de examenklassen in het voortgezet onderwijs hebben we gelijk al de eerste week van de lockdown prioriteit gegeven om te zorgen dat ze hun schoolloopbaan konden afronden. De schoolexamens gingen wel door, en dat is op 4 juni klaar. Daarna volgen nog een paar weken met herkansingen. De diploma’s zijn volwaardig en geven toegang tot het vervolgonderwijs, nationaal en internationaal.’

Meer energie

De toekomst van het onderwijs is nu in een versnelling gekomen. Veel onderwijsmensen hebben zich aanvankelijk aarzelend online in het diepe gestort, maar zijn nu enthousiast. Kan het naast elkaar bestaan: afstandsonderwijs en fysiek onderwijs?

‘Thuiswerken met afstandsonderwijs wordt wisselend ervaren. Het hangt er ook vanaf of je een eigen ruimte hebt, of je niet een kind van twee jaar aan je broekspijpen hebt hangen. Maar scholen en onderwijspersoneel hebben het op een geweldige manier opgepakt. Voor sommigen was het echt een ontdekking. In een mum van tijd is er nogal wat op poten gezet en daar hebben leerlingen nu profijt van. Ik hoop ook dat de goede dingen die daaruit zijn voortgekomen niet ineens kwijt zijn als we weer teruggaan naar normaal. Want het heeft een toegevoegde waarde en het wordt door leraren en leerlingen zo ervaren. Toch blijft het fysieke klaslokaal, individueel of met de groep, essentieel. Een school zonder leerlingen is een school zonder ziel. Leerlingen horen daar, maar de manier waarop je onderwijs geeft, daar zit altijd een ontwikkeling in en die is de afgelopen tijd heel snel gegaan. Men inspireert elkaar ook. Ik sprak een docent wiskunde die filmpjes opnam waarin hij de stof uitlegde. Hij kon heel zichtbaar maken wat de kern was. Het was echt wat anders dan een som verklaren op het digibord. Ik hoor ook van leerlingen dat ze meer energie krijgen van online lessen en ook meer voortgang boeken. We hebben in korte tijd veel geleerd. Dat is de meerwaarde van deze periode.’