11 september 2019

Minister schept verwarring over ‘extra’ geld PO

Er is geen sprake van extra geld voor het primair onderwijs, zoals vandaag door minister Slob wordt gesuggereerd. De 285 miljoen die de bewindsman zo gezegd beschikbaar stelt, komt uit de jaarlijkse reguliere loonruimte voor de publieke sector, waar werkgevers en bonden afspraken over moeten maken. CNV-bestuurder Joyce Rosenthal: ‘Dit is dus niet iets extra’s, maar het wordt wel zo gebracht. De minister zorgt daarmee voor verwarring.’

Met de 285 miljoen kon eerder geen fatsoenlijke loonsverhoging worden afgesproken. De cao liep op 1 maart af. De PO-Raad bood vervolgens een looptijd van 1 september 2019 tot 1 november 2020. Per 1 september 2019 werd een loonsverhoging van 2,5% geboden en per 1 april 2020 nog eens 1,1%. Dat betekende een totale loonsverhoging van 3,6% over een looptijd van 18 maanden. ‘Dit percentage beweegt niet eens mee met de loonsverhogingen die in dezelfde periode afgesproken zijn in publieke sectoren als GGZ en gemeenten. Laat staan dat de loonkloof tussen het PO en het VO gedicht wordt’, aldus Rosenthal. ‘Daar is meer voor nodig.’

Dat de minister de sociale partners oproept om weer om tafel te gaan, is een overbodige. En daarmee ook de dreiging van de minister dat het geld in de reserves verdwijnt als werkgevers en bonden niet snel een nieuwe cao afspreken. Rosenthal: ‘Wij hebben al afgesproken om weer in overleg te gaan, omdat we onze verantwoordelijkheid kennen en nemen. Geld dat voor arbeidsvoorwaarden is bedoeld, moet naar het onderwijspersoneel.’