15 juni 2020

Mbo, hbo en universiteiten (gedeeltelijk) weer open

foto: Wilbert van Woensel

Na het primair en voortgezet onderwijs zijn vandaag mbo, hbo en universiteiten weer langzaam op locatie opgestart en mogen de scenario’s en plannen die de afgelopen weken zijn uitgewerkt in gang worden gezet. Aangepaste roosters, kleinere groepen, en alles op 1,5 meter afstand. Met praktijkexamens en –onderwijs staan de deuren voor mbo en hoger onderwijs al op een flinke kier. De roosters vormden een flinke puzzel.

Mbo, hbo en universiteiten mogen vanaf vandaag een deel van de studenten weer live ontvangen na drie maanden onderwijs op afstand. De onderwijsinstellingen kunnen zo tentamens en praktijkvakken hervatten. De afgelopen weken is er al volop gewerkt aan plannen om de scholen weer te openen. Frank van Hout, waarnemend voorzitter van de MBO Raad. ‘We zijn blij dat er wat meer ruimte is, met name voor de praktijklessen.’ Het kenmerkt ook het karakter van het mbo: met je handen bezig zijn en gezamenlijk leren. ‘We hebben veel lessen om kunnen zetten naar online, maar uiteindelijk zijn we een praktische onderwijstak. Er is behoefte aan praktijklessen en ook aan elkaar zien en ontmoeten. Het is een flinke uitdaging gebleken om de verbinding met de studenten overeind te houden met alleen afstandsonderwijs.’

Uitbreiding ov-studentenkaart

Instellingen zijn de afgelopen tijd druk bezig geweest om hun locaties zo in te delen dat de RIVM-richtlijnen kunnen worden gevolgd, en de hygiëne op de scholen goed is geregeld. ‘Veel scholen zijn al met praktijkexamens in kleine groepen aan de slag gegaan, en dat ging best goed’, weet Van Hout. Maar iedere volgende stap is spannend. Vooral het maken van een goede planning wordt een uitdaging voor het mbo, legt hij uit. ‘Onze richtlijn schrijft voor dat we ongeveer 20 procent van de normale bezetting aan studenten, docenten en instructeurs op school mogen verwelkomen, en er is een tijdslot van 11 tot 15 uur. Dat vraagt om maatwerk, want anders ontstaat tussen tien en elf een nieuwe spits.’ Denkbeeldig is dat niet, omdat in sommige steden mbo- en hbo-instellingen en universiteiten in dezelfde omgeving staan. Van Hout pleit daarom voor uitbreiding van de ov-studentenkaart, zodat ook op zaterdag kan worden gereisd en er meer lesactiviteiten kunnen worden gepland. Mogelijk zijn die er ook in de zomervakantie.

Regionaal maatwerk

In het hbo mag praktijkonderwijs en toetsing op locatie plaatsvinden, mits de randvoorwaarden worden nageleefd. Voorzitter Paul Rüpp van Avans Hogeschool in Brabant vindt het onterecht dat het kabinet het hbo zo lang gesloten heeft. ‘Dat heeft te maken met het feit dat onze studenten grotere reisafstanden kennen, en er dus meer gebruik wordt gemaakt van het openbaar vervoer. Maar daar ben ik het niet mee eens. Die problematiek speelt waarschijnlijk wel rond Amsterdam en Utrecht, maar niet of veel minder in de andere provincies.’

foto: Wilbert van Woensel

Daarom heeft onder meer Rüpp gepleit voor regionaal maatwerk, in samenspraak met vervoerders en veiligheidsorganisaties. Maar het loonde niet. ‘Er is nog steeds geen groen licht voor een regionale aanpak, dus dat zorgt wel voor beperkingen. Het praktijkonderwijs is onze grootste zorg. De bouw, de zorg, maar ook programmeurs. Deze groepen studenten kunnen we dagelijks vervoeren en onderwijs geven in shifts van honderd tot honderdvijftig studenten. Met vijf shifts kun je per instelling duizend studenten per dag lesgeven en met regelmaat naar de campus laten komen, zonder dat het openbaar vervoer extra wordt belast. Bovendien komen er een heleboel met de fiets en eigen vervoer.’

Duidelijkheid creëren

Het maken van roosters blijkt een flinke puzzel. Van Hout: ‘Scholen proberen om een zo normaal mogelijk rooster te maken, om duidelijkheid te creëren voor iedereen. Studenten en docenten moeten weten wat er thuis en op school van ze verwacht wordt. En welke voorwaarden daaraan gekoppeld zijn.’ Een van de grootste zorgen is de mogelijke achterstand die studenten de laatste weken hebben opgebouwd. Pas nu ze weer op de instelling komen, kan worden geïnventariseerd wie er meer aandacht nodig heeft om een inhaalslag te maken.

In het mbo is er een groep studenten die al dicht bij het diploma was. Er is hard aan getrokken om hen te kunnen laten afstuderen, en het overgrote deel zal hun papiertje waarschijnlijk voor de zomer krijgen, zegt Van Hout. ‘Maar er is ook een groep die een vertraging heeft opgelopen. We hebben nu wat meer ruimte gekregen om examinering te organiseren, zodat we hen in ieder geval voor de zomer nog zien.’

Flinke klus

Voor de mbo-studenten die willen doorstromen naar het hbo zal het aankomen op maatwerk. Een student mag al beginnen op het hbo, al moeten er nog enkele onderdelen op het mbo afgerond worden. ‘Daarvoor is een goede samenwerking tussen de scholen cruciaal’, aldus Van Hout. ‘De student zelf moet zich realiseren dat dit een flinke klus is. Van september tot december begin je niet alleen aan een nieuwe studie, maar moet je ook nog je mbo-diploma halen. Dat heeft ook effect op alles wat je naast je school doet, zoals sport en vrienden en een bijbaan.’ Wil een student naar het hbo, dan weegt het afrondingsadvies van het mbo het zwaarst, mede omdat die school de student goed kent. ‘Het hbo heeft zich aan deze oplossing gecommitteerd, daar spreekt vertrouwen in het mbo uit.’

Ook het feit dat havo-leerlingen die op het hbo beginnen sinds maart bijna niet meer op school zijn geweest, zal zich laten zien, denkt voorzitter Rüpp. ‘Daarnaast zullen er mbo’ers met en zonder diploma naar onze opleidingen komen. Het is een hele heterogene groep en die jongeren moeten allemaal op een andere manier bediend worden.’

 

‘Onze richtlijn schrijft voor dat we ongeveer 20 procent van de normale bezetting aan studenten, docenten en instructeurs op school mogen verwelkomen, en er is een tijdslot van 11 tot 15 uur. Dat vraagt om maatwerk, want anders ontstaat tussen tien en elf een nieuwe spits’

 

Onzekerheid

Dat het onderwijs ook in het nieuwe schooljaar nog een andere vorm heeft, lijkt wel zeker. ‘Op afstand, kleinere groepen en veel digitaal onderwijs, dat zie ik sowieso nog wel tot het eind van het kalenderjaar’, vermoedt Rüpp. ‘Maar bij het studentenleven hoort ook het zich ontplooien, het rondhangen op de campus, het sociale leven. Dat is er nu niet meer, en dat is ontzettend jammer.’ Wat de komende tijd vooral belangrijk is, is het monitoren van de belasting van zowel de student als docent, vindt hij. ‘Er wordt van beiden veel gevraagd.’

De onzekerheid over hoe volgend schooljaar eruit gaat zien, is volgens Van Hout ook in het mbo een obstakel. ‘We hebben nog geen zicht op de kaders waarbinnen we volgend jaar moeten werken. Blijft bijvoorbeeld het voorschrift om maar 20 procent van de leerlingen en medewerkers op school te laten zijn. En het tijdslot? Hoe gaan we met het bedrijfsleven zorgen voor voldoende stageplekken?’ Hij begrijpt rationeel gezien dat daar nog niets over te zeggen is, maar het brengt erg veel onzekerheid met zich mee, benadrukt hij. Dat geldt ook op het gebied van personeel. ‘Scholen zitten ook op dat gebied in onzekerheid. Hoe kan je contracten verlengen als je niet weet hoeveel werk er volgend schooljaar is?’