18 mei 2020

Lesgeven in SO/VSO: ‘Afstand houden is lastig’

Aan het werk op SO/VSO-GCatharinaschool in Heerlen.

‘Het is haast onmogelijk om in de school 1,5 meter afstand te houden tot de kinderen’, zegt Brigitte Huppertz, leerkracht ASS-middenbouw op SO/VSO-Catharinaschool (voor zeer moeilijk lerende kinderen) in Heerlen, en bestuurslid van de sectorgroep primair onderwijs van CNV Onderwijs. Voordat dit interview plaats vindt, heeft ze ook de mening van haar collega’s gepeild. Er zijn nogal wat problemen en struikelblokken geweest de eerste dagen. Maar toch gaat het team er met volle kracht voor, want op deze manier weer onderwijs bieden is beter dan geen onderwijs.

Brigitte Huppertz geeft les aan tien kinderen – van wie er twee nog niet naar school komen – sommigen met een autismespectrumstoornis, een laag IQ of anderszins leerproblemen. ‘Het begint vaak ’s ochtends al bij het leerlingenvervoer. Omdat het VSO nog niet is begonnen, zijn de busjes en taxi’s nu anders ingedeeld. Bovendien dragen de chauffeurs nu mondkapjes en handschoenen. Dat is anders voor de kinderen en daar kan onze doelgroep van overstuur raken. Dan komen ze op school aan, willen of kunnen de bus niet zelfstandig uit en worden dan geholpen door één van ons met beschermende kleding: mondkapje, spatkap, handschoenen. Dit dragen we ook wanneer een kind bijvoorbeeld verschoond moet worden.’

Geen knuffel

‘Onze leerlingen hebben met heel veel dagelijkse handelingen hulp nodig en dat maakt afstand houden heel lastig. En als we helemaal ingepakt zijn, herkennen ze ons niet, proberen af en toe onze mondkap of spatscherm af te trekken, huilen, zijn bang en/of verdrietig. Door de afstand-afspraken kun je de leerlingen net op die momenten geen knuffel geven of een stukje vertrouwen en veiligheid bieden, iets waar ze juist dan veel behoefte aan hebben.’
‘Ja, het is anders en soms lastig. Maar toch denken we dat het beter is op deze manier weer onderwijs te geven dan geen onderwijs te geven. Als de leerlingen eenmaal binnen zijn en een beetje geland zijn, herkennen ze ons, voelen zich weer vertrouwd, hebben structuur. Dat is beter dan – zoals bij sommige leerlingen – een moeilijke of onhoudbare thuissituatie.’