7 oktober 2016

Koopkracht senioren blijft in 2017 opnieuw achter

De “mediane” (de helft is beter af, de andere helft slechter) koopkrachtontwikkeling van gepensioneerden in 2017 wordt door het Centraal Planbureau (CPB) geraamd op 0,7 procent. Daarbij gaat het CPB ervan uit dat de aanvullende pensioenen niet of nauwelijks geïndexeerd zullen worden. Die 0,7 procent is opnieuw lager dan de mediane koopkrachtontwikkeling van werkenden, die door het CPB op 1,1 procent wordt geraamd. Wel is het gat een stuk kleiner dan de afgelopen jaren. Zo bedraagt het verschil in de mediane koopkrachtontwikkeling over 2016 liefst 2,4 procentpunt (werkenden 3,9 procent, gepensioneerden 1,5 procent).

Dat de verschillen in 2017 kleiner zullen zijn, is te danken aan de intensieve lobby dit voorjaar van vakbonden en ouderenbonden. Daardoor zag het kabinet zich gedwongen € 1,1 miljard uit te trekken voor koopkrachtreparaties, die grotendeels aan gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden ten goede komen. Maar desondanks zal ook in 2017 weer een substantieel deel van de gepensioneerden er feitelijk in koopkracht op achteruit gaan. Het CPB berekent dat dit voor 22 procent van de gepensioneerden het geval zal zijn.

Bij onverhoopte kortingen op de aanvullende pensioenen en/of een grotere stijging van de nominale ziektekostenpremies dan de bescheiden toename waar het CPB van uitgaat, kan dat percentage natuurlijk veel hoger uitkomen. En hoge werkelijke zorguitgaven en/of huurverhogingen kunnen het individuele koopkrachtplaatje fors verslechteren. Koopkrachtverlies dreigt in elk geval voor gepensioneerden met een aanvullend pensioen vanaf circa € 27.000 en voor vroeggepensioneerden. Zij profiteren bijvoorbeeld niet van de verhoging met €105 van de hoge ouderenkorting (die geldt voor AOW-ers met een verzamelinkomen tot en met €36.057). Klein lichtpuntje voor hen is wel de verlaging van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet van 5,5 naar 5,4 procent.