28 oktober 2020

Kabinet wil (tijdelijk) werklozen inzetten om cruciale sectoren te ontlasten

CNV Onderwijs is blij dat het kabinet gehoor heeft gegeven aan de oproep om mensen in de sectoren die nu stil liggen, te vragen om de professionals in de zorg en het onderwijs te ondersteunen. Zowel voor het primair en voortgezet onderwijs als voor het mbo en hoger onderwijs heeft CNV Onderwijs gepleit voor snelle extra ondersteuning in de scholen. Voorzitter Jan de Vries: ‘Het gaat hier nadrukkelijk niet om het overnemen van werk waarvoor je een onderwijsbevoegdheid moet hebben. Maar er zijn veel andere taken die het onderwijspersoneel kunnen ontlasten. Denk bijvoorbeeld aan toezicht op het naleven van maatregelen, surveilleren bij toetsen of het aanvullen van materialen. Extra handen in de school zijn zeer welkom. Deze crisis bestrijden we samen!’

Het effect van de coronacrisis op verschillende sectoren verschilt enorm. Terwijl sommige sectoren nagenoeg stil zijn komen te liggen, zoals de horeca en evenementenbranche, staat het personeel op andere plekken onder grote druk, zoals in de zorg en het onderwijs.

Het kabinet gaat nu de mogelijkheid onderzoeken om die twee uitersten met elkaar in contact te brengen. Mensen uit de ene sector gaan in een andere sector aan de slag om de werkdruk daar te verlichten. In de media zijn daarvan de afgelopen tijd al diverse voorbeelden te zien geweest, van bijvoorbeeld horecapersoneel dat aan de slag gaat in verpleeghuizen. Het kabinet wil dit gaan uitbreiden en in kaart brengen waar de inzet van extra mensen kan helpen bij het verlenen van cruciale dienstverlening. Het gaat dan om (tijdelijke) banen voor coronaondersteuning voor bijvoorbeeld het komend halfjaar.

Zo snijdt het mes aan twee kanten. De maatschappelijke crisis wordt verzacht in cruciale sectoren en het virus bestreden, terwijl mensen die niet naar hun werk kunnen of geen werk meer hebben, weer perspectief krijgen. Het tijdelijk inspringen en ervaring opdoen in andere sectoren heeft een vrijwillig karakter.

CNV Onderwijs gaat de leden vragen naar hun behoeften, om vervolgens in overleg te gaan met het kabinet over hoe dit verder vorm te geven.