5 juni 2020

Gemengde gevoelens over totale openstelling scholen

Foto Annemiek Mommers

Halve dagen, hele dagen, twee dagen per week of wisselend twee en drie dagen per week, zeepzuilen, looproutes, mondkapjes, handen wassen, geluiden over coronabesmettingen op scholen. Daar waren de afgelopen vier weken mee gevuld op de scholen in het primair onderwijs. Maar ook en vooral met blijdschap om elkaar weer te zien. En met gemengde gevoelens bij leerkrachten over totale openstelling per 8 juni. Schooljournaal makte een rondgang.

Tekst: Ciska de Graaff

Op de eerste schooldag, 11 mei, reageren verschillende Facebook-volgers op een bericht van CNV Onderwijs. Zo schrijft een leerkracht: ‘“Juf, kan je vangen?” Er wordt een propje mijn kant opgegooid. Ik raap het op (kan dus niet vangen), vouw het open en smelt! ‘Good to be back!’ Op het briefje staat: Knuffel van Abby. Een kleuterjuf schrijft: ‘Armlengte afstand met ze afgesproken na uitleg en lukt aardig. Ze hielpen me zelfs eraan herinneren. Was grappig! Had het niet gedacht.’ Een ander: ‘De kinderen in mijn groep 3 hadden bedacht dat de grond rondom mijn bureau en het bord van lava was! Daar mocht niemand komen en daar letten alle andere kinderen natuurlijk héél goed op!’  Een andere leerkracht vertelt: ‘We gaan hele dagen naar school, in een ma/do-groep en een di/vr-groep. Op woensdag geen school, wel noodopvang. Woensdag is voor de leerkrachten om thuisonderwijs uit te zetten voor de andere dagen en voor te bereiden. Ouders buiten de hekken van het plein. Afgezien van een enkeling ging het super, voelde bijna gewoon.’

Besmettingen

Een paar weken na de opening werden er op meerdere scholen coronabesmettingen geconstateerd. Na drie weken testen, meldde het RIVM dat er bij 99 medewerkers in de kinderopvang en het basisonderwijs corona is vastgesteld. Dat is 2,8 procent van het aantal medewerkers dat zich liet testen. Dat is laag in vergelijking met andere groepen. Over het algemeen ging het om scholen met één besmetting. Daar kon meestal na bron- en contactonderzoek van de GGD de school open blijven, hoewel er dan wel ouders waren die uit angst voor besmetting hun kind thuis hielden. Op basisschool De Veldhof in Eygelshoven was dat lastiger, want daar werden in één week vier besmettingen geconstateerd onder het personeel. De school schakelde per 25 mei dan ook weer terug op afstandsonderwijs. John Wevers, bestuurssecretaris van Movare, legt uit: ‘Na de vaststelling van de vier besmettingen is in overleg met de GGD besloten het hele team preventief te testen. Daar kwamen verder geen besmettingen uit. Wel bleek uit het bron- en contactonderzoek dat negen andere collega’s weliswaar niet besmet waren maar wel in quarantaine moesten. Dan wordt het onmogelijk om de school open te houden. Het team kon zo de draad weer oppakken van het afstandsonderwijs, want ervaring genoeg inmiddels. Ook werden er naar aanleiding van het contactonderzoek enkele leerlingen getest, maar die uitslagen waren negatief.’ De ouders en verzorgers zijn uiteraard geïnformeerd en dat leverde wat vragen en zorgen op, vertelt Wevers. ‘We hebben ze allemaal persoonlijk gebeld of gemaild. En daarnaast hebben we een speciaal e-mailadres en telefoonnummer in het leven geroepen waar mensen met hun vragen en zorgen terecht konden.’

Samen

‘We doen dit samen!’ vertelt Dorethea Arissen, directeur van basisschool De Doornick in Doornenburg, en voorzitter van de Sectorgroep Primair Onderwijs van CNV Onderwijs, een week na heropening. ‘Echt iedereen werkt geweldig mee! De conciërge heeft een grote rol gespeeld in de aanloop naar de opstart van de school: looproutes en plexiglazen opzetschermen voor leraren maken. Zij is echt een topper! Maandag 11 mei stonden er boa’s van de gemeente bij de school om te kijken of er knelpunten waren bij de aanrijroutes. Ouders helpen bij de schoonmaak van het speelgoed. Dat samen is echt sterk!’ De school draait hele dagen met de helft van de klassen. ‘De leerlingen waren zo blij dat ze weer mochten! En wij ook! Ik maak me soms wel zorgen om volwassenen: het is zo’n automatisme om een kind even te helpen, en dan denk je misschien niet altijd aan die 1,5 meter. Dat moest echt nog tussen de oren gaan zitten.’

Groep 8

In de pauzes krijgen de leerlingen sport en spel van een aantal ROC- en CIOS-stagiaires, die daarmee ook weer wat stage-uren kunnen maken. Verder ligt de nadruk op instructies voor de kernvakken. Verwerking gebeurt grotendeels thuis op de dagen dat de kinderen niet naar school gaan. Grote teambijeenkomsten worden tot aan de zomer digitaal gehouden. De aula is namelijk in beslag genomen voor de noodopvang van kinderen van ouders met cruciale beroepen. De combinatiegroepen die de school heeft – het is een kleine school met 150 leerlingen – zijn opgesplitst in leerjaren. Een klein aantal kinderen is in het begin niet naar school gekomen wegens de nabijheid van een kwetsbaar gezins- of familielid. De senior leerkrachten – gepensioneerde vrijwilligers in de school – kwamen ook nog niet naar school, vanwege hun kwetsbare leeftijd. Arissen: ‘Ook de eindejaarsactiviteiten zullen aangepast worden, maar we zullen zeker iets doen aan het afscheid van groep 8! Misschien kunnen we bijvoorbeeld de musical opvoeren op het podium op het schoolplein, zodat toeschouwers er in de buitenlucht met onderlinge afstand van kunnen genieten.’

‘We zijn blij dat we weer open zijn en de leerlingen weer zien, ook al is het dan zonder knuffels en high fives.’

Overstuur

‘Het is haast onmogelijk om in de school 1,5 meter afstand te houden tot de kinderen’, zegt Brigitte Huppertz, leerkracht ASS-middenbouw op SO/VSO-Catharinaschool (voor zeer moeilijk lerende kinderen) in Heerlen, en bestuurslid van de Sectorgroep Primair Onderwijs van CNV Onderwijs. Voordat dit interview plaats vindt, heeft ze ook de mening van haar collega’s gepeild. Er zijn nogal wat problemen en struikelblokken geweest de eerste dagen. Maar toch gaat het team er met volle kracht voor, want op deze manier weer live onderwijs bieden is toch beter dan onderwijs op afstand. Huppertz geeft les aan tien kinderen – van wie er twee nog niet naar school komen -sommigen met een autismespectrumstoornis, een laag IQ of anderszins leerproblemen. ‘Het begint vaak ‘s ochtends al bij het leerlingenvervoer. Omdat het VSO nog niet is begonnen, zijn de busjes en taxi’s nu anders ingedeeld. Bovendien dragen de chauffeurs nu mondkapjes en handschoenen. Dat is anders voor de kinderen en daar kan onze doelgroep van overstuur raken. Onze leerlingen hebben met heel veel dagelijkse handelingen nabije hulp nodig, dus dan dragen we een mondkapje, spatscherm, handschoenen. Soms herkennen ze ons dan niet, proberen onze mondkap af te trekken, huilen, zijn bang of verdrietig. Door de afstand-afspraken kun je de leerlingen net op die momenten dat ze het nodig hebben geen knuffel geven of vertrouwen en veiligheid bieden.’

Zonder knuffels

Foto: Arie Kievit

De eerste paar dagen is er vooral veel gepraat op school. ‘Over dat ze een opa of oma verloren hebben aan corona bijvoorbeeld’, vertelt Huppertz, ‘of dat ze niet mee de supermarkt in mogen en dan in de auto moeten blijven zitten. Het heeft indruk op ze gemaakt, maar ze weten: dit moet nu eenmaal zo, anders worden we ziek. Die eerste dagen zijn we vooral bezig geweest met ze weer een veilig gevoel en structuur geven.’ Op de school wordt groepsdoorbrekend op niveau gewerkt, maar nu niet om de groepen zo homogeen mogelijk te houden. ‘Dat betekent bijvoorbeeld dat ik in mijn groep leesniveaus heb die variëren van kern 1 tot en met kern 9. Best een klus om dat in goede banen te leiden.’ Het afstandsonderwijs dat de school vanaf 16 maart gaf, was deels old school, zegt Huppertz. ‘Veel kinderen beschikken thuis niet over een laptop of iPad of beheersen de vaardigheden niet om digitaal te werken. Wij maakten huiswerkpakketjes en stuurden die elke week op. We belden wekelijks met de ouders. En zo hebben we er met z’n allen het beste van gemaakt. We zijn blij dat we weer open zijn en de leerlingen weer zien, ook al is het dan zonder knuffels en high fives.’

Elke dag

Basisschool Gummarus in Steenbergen wil alle kinderen elke dag live onderwijs geven en koos daarom voor halve dagen. Directeur Wietse Visser vertelt: ‘Wij hadden dat scenario al bedacht en afgestemd met de MR toen het advies kwam om hele dagen open te gaan. De belangrijkste argumenten voor die hele dagen lagen in de buitenschoolse opvang en de verkeersstromen rondom de school. Beiden hadden wij al getackeld in ons plan, dus wij zijn voor halve dagen gegaan. We hebben zo’n 400 leerlingen, waarvan we de helft in de ochtend op school hebben en de andere helft in de middag. We hebben twee begin- en eindtijden, zodat de ouders netjes gespreid hun kinderen ophalen. De groepen spelen niet door elkaar op het schoolplein en gebruiken verschillende ingangen. Wij denken dat per 8 juni volledig opengaan, geen enkel probleem is, als je maar met meerdere begin- en eindtijden werkt.’

Sociale cohesie

Het beleid van de school is afgestemd met de bso (die in het schoolgebouw zit), het team en de MR, en stuitte nauwelijks op bezwaren, wel hier en daar op vragen, aldus de directeur. ‘En dat is begrijpelijk. Wat overheerst is dat we met z’n allen heel blij zijn dat we alle kinderen elke dag weer zien. Wij maken ons hier op school geen zorgen over achterstanden of cognitieve vaardigheden, maar wel over sociale cohesie. Er zijn kinderen die elkaar straks 13 of 14 weken niet hebben gezien! Wat doet dat met een kind! Wij gunnen alle kinderen elke dag een beetje school, en straks gelukkig weer de hele dag school. We gaan dan waarschijnlijk wel over op een continurooster, zodat er minder haal- en brengmomenten zijn. En we zullen grote groepen in grote ruimtes inplannen, zodat er wat meer afstand gehouden kan worden. Het team is echt blij dat straks weer alle leerlingen tegelijk mogen: samen zijn, herinneringen maken!’