26 oktober 2016

Geen medische handelingen door leraar

‘Het is absoluut niet de bedoeling dat leraren structureel medische handelingen gaan verrichten bij leerlingen, zoals het geven van een insulinespuit aan kinderen met diabetes’, zegt Wouter Prins, van CNV Onderwijs. ‘Een leraar kan namelijk persoonlijk aansprakelijk worden gesteld als er iets fout gaat. Het is aan de politiek om er voor te zorgen dat medische handelingen onder schooltijd goed geregeld worden. Als er kinderen in de klas zitten die structureel medische hulp nodig hebben, dan moeten daar oplossingen voor worden gezocht met ouders, school en bijvoorbeeld de wijkverpleging. Een leraar moet doen waar hij goed in is en dat is lesgeven.’

In sommige uitingen van belangenverenigingen, zoals de folder Zorgeloos met diabetes naar school wordt volgens Prins veel te luchtig gedaan over het medisch handelen van leraren: ‘En dat vind ik echt zorgwekkend, want als het misgaat kan de leraar wel persoonlijk aansprakelijk worden gesteld en dat lees ik nergens.’

Het ministerie van Onderwijs noemt in een advies over medische handelingen op school vier opties.  De eerste optie is dat een wijkverpleegkundige langskomt op school. Een tweede optie is dat een schoolbestuur een verpleegkundige in dienst heeft. Optie drie is dat ouders zelf naar school komen voor de medische handeling. De vierde optie vanuit het ministerie is dat de leraar de prik geeft of de sondevoeding aansluit. Prins: ‘De leraar zou dan als privépersoon medische handelingen moeten doen in de klas. Belachelijk natuurlijk, dat is helemaal niet zijn of haar vak. Natuurlijk moet een leraar wel handelen in medische noodsituaties, maar structurele gezondheidsproblemen van leerlingen mogen niet op het bordje van de leraar terechtkomen.’
De sociale partners (dus werkgevers- en werknemersorganisaties) raden optie vier dan ook af, zoals te lezen is in de Arbocatalogus van zomer 2016: ‘Met de invoering van passend onderwijs, zijn er meer leerlingen op de basisschool gekomen die medische hulp nodig hebben, maar de politiek heeft daar geen geld voor vrijgemaakt. De politiek neemt dus niet haar verantwoordelijkheid en legt die nu bij de leraar neer. Wij vinden dat onacceptabel.’