21 januari 2020

Een kijkje in de keuken van het gepersonaliseerd leren

Paula van Manen/ foto: Angeline Swinkels

‘Wanneer krijgen we weer les?’ is een vraag die Paula van Manen de afgelopen twee jaar vaak kreeg van haar studenten op het roc. Haar school voerde twee jaar geleden gepersonaliseerd leren in op de pedagogische opleidingen; een trend waar veel onderwijsinstellingen hun heil van verwachten. Maar het boek dat ze erover schreef zal menig plannenmaker achter de oren doen krabben.

Gepersonaliseerd leren lijkt een toverwoord in het onderwijs: de vrije kuze voor leerlingen op welke manier en in welk tempo ze werken aan hun leerdoelen. De congressen over deze onderwijsvernieuwing vliegen je om de oren, want gepersonaliseerd leren heeft de toekomst. Op het roc van orthopedagoog, onderwijskundige en kinderboekenschrijfster Paula van Manen, werd dit idee ook ontdekt en na een nieuwsbrief, inspiratiebijeenkomst en een paar benen-op-tafelsessies ingevoerd. Van Manen beschrijft dit proces in Wanneer krijgen we weer les? De opmerkelijke praktijk van gepersonaliseerd onderwijs. Bordsessies, growth mindset, leercoaches, hoe’tjes, flappen, coachen op zelfregulatie, leerdoelen, leerpleinen, positive behaviour support, studentenarena, critical friends; het deed allemaal z’n intrede op de school. Twee keer per dag een bordsessie bijvoorbeeld, waarbij elk teamlid de vraag krijgt: hoe sta je er vandaag bij? En dat je dan een keuze moet maken tussen een lachende, neutrale of een sippe smiley. ‘Wanneer krijgen we weer les?’ is een vraag die Paula van Manen de afgelopentwee jaar vaak kreeg van haar studenten op het roc. Haar school voerde twee jaar geleden gepersonaliseerd leren in op de pedagogische opleidingen; een trend waar veel onderwijsinstellingen hun heil van verwachten. Maar het boek dat ze erover schreef zal menig plannenmaker achter de oren doen krabben.

Hoe’tjes

‘Ik weet niet precies wanneer ik dacht: nú ga ik hier een boek over schrijven. Het was niet één moment of één gebeurtenis, meer een opeenstapeling’, vertelt Van Manen, roerend in haar koffie. ‘Ik wist dat wij iets unieks meemaakten als team: de overgang van klassikaal onderwijs naar iets nieuws. Ik ben zeker niet tegen onderwijsinnovaties, maar daarvoor moet je wel een aantal stappen doorlopen.’ Ze somt op: voldoende draagvlak creëren, het team meenemen in de besluitvorming, een uitgewerkt plan hebben, alle betrokkenen goed voorbereiden op de nieuwe rollen, voldoende tijd nemen voor de invoering, stapsgewijs opbouwen. ‘Wij gingen in één klap over naar het nieuwe systeem, van volledig klassikaal naar volledig niet-klassikaal, zonder goede voorbereiding voor het team en zo’n vierhonderd studenten.’ Vanaf dat moment kregen de leerlingen geen klassikale lessen meer. Ze begonnen de schooldag in een zogenaamde stamgroep, waarin de plannen voor die dag besproken werden. Daarna gingen ze zelfstandig aan de slag. Met een vaste leercoach bespraken ze wekelijks hun vorderingen, de doelen en de manieren (de hoe’tjes, zoals een poster, vlog, werkstuk of fotoserie) waarop ze die bereikten. De doelen en vorderingen werden bijgehouden in een logboek en later in een digitaal plan- en volgsysteem.

Mooi streven hoor, regie houden op het eigen leerproces, maar veel studenten zijn daar niet aan toe

 

Waan van de dag

Vanaf het begin was er hier en daar scepsis in het docententeam, beschrijft Van Manen in haar boek. ‘Maar je werd continu in beslag genomen door de waan van de dag, dus je had weinig tijd om te reflecteren of je af te vragen of het wel goed ging. Je zou het misschien niet verwachten als leerlingen zelf de regie krijgen over hun leerproces, maar de werkdruk is flink toegenomen sinds het gepersonaliseerd leren.’ In het tweede jaar laten de studenten van zich horen in een evaluatie. Ze zijn niet tevreden, geven aan dat ze te veel zwemmen en vragen zich af wanneer ze weer les krijgen. Ook het team evalueert de vernieuwing en schrijft er grote vellen papier, de zogenaamde flappen, over vol. Maar belangrijker nog: de resultaten van studenten gaan achteruit, zo is te merken aan het aantal studenten dat binnen de gestelde tijd een diploma haalt. ‘Vooral bij mbo niveau 3 is dit schrikbarend,’ zegt Van Manen. ‘Ik heb nog nooit zo veel zogenaamde verlengers meegemaakt.’

Verplichte workshops

Ondanks de onvrede en scepsis bij een deel van de studenten zet de school door met gepersonaliseerd leren. ‘Er is wel in dit derde jaar een ontwikkeling ingezet naar meer structuur en aanbod’, vertelt Van Manen, ‘en daar ben ik blij mee. De leercoaches merkten dat studenten hiaten kregen in hun kennis en vaardigheden. Daarom er is aangedrongen op meer verplicht aanbod voor hen en daar is uiteindelijk naar geluisterd. Studenten gaan nu elke dag verplicht naar een workshop.’ Met een lach: ‘Nee, dat zijn geen lessen, die term is op de een of andere manier helemaal uit; het zijn lezingen of trainingen.’

Sturing

Zelf werkt ze dit jaar ook anders dan voorheen. ‘Ik trek het me erg aan dat studenten, vooral van niveau 3, zo achterop zijn geraakt en ik doe nu alles om ze naar die eindstreep te helpen. Daar gaat veel werk inzitten. Ik wil niet dat zij de dupe worden. Het is een mooi streven hoor, regie houden op het eigen leerproces, maar veel studenten zijn daar niet aan toe. Ze hebben sturing nodig en die geef ik ze, punt.’ Van Manen is niet tegen gepersonaliseerd leren. ‘Nee helemaal niet, maar gepersonaliseerd leren is een containerbegrip, dat je op honderd manieren in kunt voeren. Ik hoop dat andere scholen hun voordeel met dit boek kunnen doen, dat ze weten waar ze op moeten letten als ze gepersonaliseerd leren gaan invoeren. Laat je studenten zwemmen, dan komt het met een deel niet goed. Ik denk dat het voor mbo’ers zeker mogelijk is, maar dan zul je het gestructureerd neer moeten zetten, met duidelijke sturing en begeleiding. En gooi niet meteen alle lessen overboord, want die zorgen voor een stevige basis.’

Wanneer krijgen we weer les? De opmerkelijke praktijk van gepersonaliseerd onderwijs. Paula van Manen. Uitgeverij Scriptum. Prijs: €17,50, ISBN:9789463191760.