9 maart 2018

Acties dreigen nu ook in VO door hoge werkdruk

Net als in het primair onderwijs is de steeds verder oplopende werkdruk in het voortgezet onderwijs misschien wel de belangrijkste frustratie voor het personeel. Hoewel leraren in de rest van Europa veel minder lesgeven, wat de VO-raad ook wenst, willen ze daar in de cao geen afspraken over maken.

Daarentegen krijgen leraren er door onderwijsvernieuwingen steeds meer taken bij en worden de klassen steeds groter. Verder korten (sommige) besturen op faciliteiten en ondersteunend personeel vanwege de gevolgen van krimp. De cao-onderhandelingen zijn intussen gestaakt. De bonden bereiden zich voor op acties en mogelijk een staking. Dat zijn de twee punten die steeds weer naar voren komen in gesprekken met en enquêtes onder onze achterban in het voortgezet onderwijs. Wat betreft loon willen onze leden dat we minimaal  meelopen met de inflatie, maar met de werkdruk lijkt echt wel een grens te zijn bereikt. Als daar niets over afgesproken wordt, dan hebben ze nog liever geen akkoord’, zegt CNV Onderwijs-bestuurder Tom Boot.

Salarisverhoging

Twee weken geleden strandden de gesprekken tussen de bonden en de VO-raad. Waar de werkgevers 2,35 procent aan salarisverhoging boden, wilden de bonden minstens 3,5 procent. ‘Dat is minimaal nodig om de inflatie te compenseren. De laatste structurele loonsverhoging ging immers in op 1 juli 2016. En dan heb je het dus alleen nog maar over het inkomen. De VO-raad opperde de suggestie om het gebodene te verdelen over loon en werkdruk. Dat klinkt aardig’, reageert Boot cynisch, ‘maar de oplossing voor de werkdruk wordt op die manier een sigaar uit eigen doos. Dan houdt het op.‘ In de Tweede Kamer heeft minister Slob toegezegd zich te verdiepen in wat er nu precies speelt in het voortgezet onderwijs.

Coöperatieve opstelling

Boot legt uit dat regeringspartij D66 en de toen zittende Tweede Kamer zelf verwachtingen hebben gewekt met de aangenomen motie van Van Meenen (D66). Gestreefd zou worden naar een maximum van twintig lesuren per (fulltime) docent in het voortgezet onderwijs. De vrijkomende werktijd kon dan worden gebruikt voor onderwijsontwikkeling. ‘Dat is geen overbodige luxe met al die vernieuwingen in het voortgezet onderwijs. Onderwijspersoneel moet ook de ruimte krijgen die ontwikkelingen kwalitatief waar te maken.’ Hij zegt dat CNV Onderwijs had gehoopt dat het kabinet de motie zou opnemen in het regeerakkoord. ‘De VO-raad is met het uitblijven van die investering ook niet gelukkig, daarom had ik een coöperatievere opstelling verwacht.

Lumsum

Veel scholen zijn ondertussen al druk in de weer met bijvoorbeeld vormen van gepersonaliseerd onderwijs. Dat vraagt veel extra organisatie, het opbouwen van deskundigheid, training, noem maar op. Helaas is het gebruikelijk dat bij de invoering van zo’n nieuwe taak nooit de vraag wordt gesteld: “Wat doen we dan niet meer?” Het komt er weer bovenop. Op zijn minst kun je je werknemers fatsoenlijk faciliteren, zoals in het aantal te geven lessen’, vindt Boot. ‘En dan graag vastgelegd in de cao, waardoor het niet opnieuw weglekt in de lumpsum. Te vaak hebben we in het verleden gezien dat geld voor vermindering van werkdruk voor van alles en nog wat werd gebruikt, maar niet waar het voor was bedoeld. Wij willen dat ieder personeelslid uiteindelijk daadwerkelijk ervaart dat er iets met zijn noodkreet over de werkdruk wordt gedaan.’

Differentiëren onmogelijk

Volgens Boot staat Nederland met 25 uur Europees aan de top als het gaat om pure lestijd. ‘Hoe kun je nu gepersonaliseerd lesgeven, zeker op havo en vwo, als je elk lesuur ruim dertig kinderen voor je neus hebt? Differentiëren in zo’n grote groep is echt onmogelijk, zeker als je er ook nog een paar zorgleerlingen bij hebt. Dat geldt overigens net zo goed voor de kleinere groepen in het praktijkonderwijs, waar de uitval van docenten behoorlijk hoog is, als bij het vmbo kader- en basisberoepsgericht met veel leerlingen met leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). Daar worden de problemen niet zozeer vakinhoudelijk veroorzaakt, maar zijn ze vooral pedagogisch/didactisch van aard. Het sterkt ons dat minister Slob ermee akkoord is gegaan dat het geld voor de maatregelen tegen werkdruk in het primair onderwijs alleen voor de leraren mag worden gebruikt.’

Sociale ontmoetingsplaats

‘Vooralsnog houdt de VO-raad vast aan het principe dat de school mag beslissen over middelen tegen werkdruk. Ze willen maatregelen daartegen in ieder geval niet in de cao. Ik heb elf klassen met gemiddeld achttien individuen en evenzoveel gebruiksaanwijzingen. Dan is het niet zo moeilijk voor te stellen dat dat een hele klus is.’ Rien Verkoeijen (64), vmbo-docent onderbouw Duits (‘de grensstreek, hè. Het is hier de wereldtaal’) op het Junior Blaricum College in Venlo vertelt dat het vooral speelt bij het kader- en basisberoepsgericht onderwijs. ‘Zeker nu er door passend onderwijs leerlingen bijgekomen zijn, die voorheen naar het speciaal onderwijs gingen. Ze brengen problemen van thuis mee, en dat gecombineerd met dyslexie, adhd, add, pddnos, hechtingstoornissen en natuurlijk de puberteit.’

Minder uren

Ze vindt dat het niveau achteruit is gegaan. ‘Ik mag ze niet over een kam scheren, maar het lijkt wel of leerlingen minder verantwoordelijkheidsbesef hebben, minder intrinsiek gemotiveerd zijn en de school meer zien als een sociale ontmoetingsplaats waar ze elkaar voeden en bestoken met filmpjes en appjes en cyberpesten.’ Salaris is voor Verkoeijen geen issue, maar minder uren zouden meer dan welkom zijn. ‘Ik maak gebruik van de grote bapo (arbeidsduurverkorting ouderen, red.) en heb daardoor 18,3 uur, maar ook dan heb ik amper ruimte voor intensievere begeleiding. Ik ben te veel tijd kwijt aan papierwerk, vergaderingen, gesprekken met ouders. Meneer Slob moet maar eens een week komen meedraaien.’

Betaalde kracht

‘Ik kom al een tijdje niet meer toe aan regulier onderhoud. Dat kun je ook zien aan het gebouw. Gewapend met mijn gereedschapskistje de school in, behoorde voorheen tot mijn hoofdtaken. Ik heb alle digiborden opgehangen. Nu houd ik vooral toezicht op de jeugd en het schoonmaakwerk. Met 1,5 conciërge op 1.100 leerlingen, die ook nog eens allebei bapo genieten, moet je keuzes maken.’ Henk Boot (59), conciërge op het Groen van Prinstererlyceum in Vlaardingen, begrijpt wel waarom het bestuur eerder kiest voor het vervangen van docenten bij langdurige ziekte of de aanschaf van nieuw lesmateriaal nu de financiën door krimp flink zijn teruggelopen.

Werkdruk

Maar goede arbeidsomstandigheden dragen volgens hem ook bij aan het verminderen van de werkdruk. ‘De kachel moet branden, de koffie moet goed zijn, de deur moet open zijn. Vier jaar geleden werkten hier nog vier conciërges. Het afgelopen jaar had ik 300 overuren, die ik niet op kan nemen. Bizar eigenlijk, als je vrije tijd koopt met bapo. Salaris en werkdruk gaan ook ons aan’, zegt Boot. ‘Ik werk hier 35 jaar, de school gaat me aan het hart, dus ik zeg niet snel nee als er een ouderavond is.’ Met lede ogen ziet hij toe hoe vrijwilligers zijn domein betreden. ‘Een gepensioneerde conciërge maakt op avonden nu de school open. Daar moet gewoon een betaalde kracht
staan.’

Omverblazen

‘Bij een standaardnorm van 25 lesuren van 50 minuten zit je week vol. En als je dan ook je lessen fatsoenlijk wil voorbereiden, in plaats van in dat kwartiertje dat je nu voorafgaand aan de les hebt, ontstaat vanzelf werkdruk’. Een simpele optelsom volgens Edwin Wienke (41), havo/vwo-docent bovenbouw (‘maar ik heb ook een onderbouw vmbo basis-/kaderklas’) economie en management en organisatie op scholengemeenschap Schaersvoorde in Aalten. ‘Daarbij wil je ook tijd voor innovatie en bijscholing. Dat is in de bovenbouw van havo/vwo niet anders dan in de onderbouw van het vmbo. Gedragsmatig heb ik makkelijkere leerlingen, maar dat wil niet zeggen dat een klas met 25 tot 30 verbaal onderlegde adolescenten zomaar even doet wat jij ze opdraagt. Je moet wel iets te vertellen hebben, anders blazen ze je omver.’

€70,- Minder

Volgens Wienke hebben opeenvolgende onderwijsvernieuwingen zeker bijgedragen aan de nu gevoelde werkdruk. ‘In de bovenbouw van havo/vwo verwachten ouders dat hun kinderen doorstromen naar hbo of universiteit. Dat botste met de tweede fase, omdat daar de veronderstelling zat ingebouwd dat leerlingen zelfstandig aan de slag konden. Zo eenvoudig werkt dat natuurlijk niet. Nu met het gepersonaliseerd onderwijs wordt gelukkig wel uitgebreid de tijd genomen om leerlingen uit te leggen hoe ze moeten leren, zodat ze zich beter redden in de bovenbouw en het vervolgonderwijs. Maar ja, dan moeten scholen dat vervolgens wel kunnen ondersteunen en faciliteren, bijvoorbeeld met minder lesuren.’

Wat salaris betreft is hij niet ontevreden, maar Wienke vindt het onbegrijpelijk dat hij per maand netto _70,- minder verdient dan vorig jaar. ‘Kom, het is geen crisistijd, een beetje maatschappelijke erkenning mag toch wel doorklinken in ons salaris? Zeker met partijen in het kabinet die zeggen onderwijs zo belangrijk te vinden.’

Tekst: Peter Magnée
Foto: Ton van Vliet