13 mei 2014

CNV Onderwijs: mannen bedreigde soort op basisscholen

Pabo’s en schoolbesturen moeten meer doen om mannen te verleiden tot een baan in het onderwijs. Sinds 2003 is het percentage mannelijke leraren in het primair onderwijs gedaald van 22,8% tot 15,6% in 2012. ‘Divers samengestelde teams presteren beter, dus deze cijfers zijn verontrustend’, zegt Joany Krijt, bestuurder PO van CNV Onderwijs. ‘Onze mannengroep geeft al langer aan dat er iets moet gebeuren en heeft concrete voorstellen voor verbetering. In een enquête hebben we aan onze leden gevraagd hoe de positie van mannen in het primair onderwijs eruit ziet. We hebben gekeken naar de vooropleiding, mogelijke gevolgen voor het onderwijs en de positie van de man in het schoolteam.’

Joany Krijt: ‘Volgens onze leden zijn mannen meer voor het onderwijs te interesseren door een beter salaris en meer carrièremogelijkheden te bieden, maar dat geldt natuurlijk ook voor vrouwen. Een zakelijker cultuur, meer nadruk op techniek en praktische vaardigheden, normale werkdagen, minder lullen en meer poetsen, meer specialisatie en terug naar de primaire taak, het lesgeven, zullen ook helpen om het vak aantrekkelijker te maken voor mannen. Maar het begint al bij de pabo. Geen kleuterstage als eerste stage, minder plakken en knippen, minder nadruk op zorgen en juist wel op didactiek maken de opleiding volgens de respondenten aantrekkelijker. Wat in alle onderzoeken terugkomt als reden om af te haken: de administratieve lasten naast het pedagogisch didactische werk zorgen ervoor dat talentvolle mannen én vrouwen voor het onderwijs verloren gaan.’

De enquêteresultaten
Mannen voelen zich wel eens alleen in het vrouwenbolwerk van de (speciale) basisschool. Op de vraag Voelt u zich wel eens alleen als enige of een van de weinige mannen op uw school? antwoordt 57 procent met ja. 89 procent van de mannen geeft aan meer mannen op zijn school te willen. 35 procent kan bij mannelijke collega’s beter zijn ei kwijt en onder jonge mannen (tot 30 jaar) zelfs bijna de helft. Vrouwen zijn iets meer verdeeld over deze kwesties. Op de vraag of ze denken dat mannen zich thuis voelen in een (overwegend) vrouwelijk team, zegt 43 procent ja, 34 procent nee en heeft 23 procent geen mening. 45 procent van de vrouwen zou het zelf niet leuk vinden om als enige vrouw in een mannenteam te werken, 42 procent zou het niet uitmaken en 13 procent zou het juist leuk vinden.

Nul mannen
Op 4,2% van de scholen werkt geen enkele man, aldus de respondenten. In totaal geeft ruim 13% van de respondenten aan dat op hun school maar een man te vinden is. Op het overgrote deel van de scholen werken twee of drie mannen: bij 22% van de respondenten werken twee en bij 21% werken er drie mannen.

Slechte zaak
Hoewel wetenschappelijke onderzoekers niet eensluidend zijn over de invloed van het mannentekort op de kwaliteit van het onderwijs of het welbevinden van de leerlingen, hebben de respondenten van CNV Onderwijs wel een duidelijke mening. Op de vraag of zij aan jongens op school merken dat ze behoefte hebben aan mannen voor de klas, antwoordt 86% met ja. 62% denkt dat ook meisjes een mannelijke leraar nodig hebben. Mannelijke respondenten denken dit overigens vaker dan vrouwelijke respondenten. De overgrote meerderheid van 91% vindt het een slechte zaak dat er relatief weinig mannen werken in het primair onderwijs.

Stellingen
Liever 1 man op school dan geen man op school.
87% eens, 8% oneens

Het kleine aantal mannen voor de klas ontneemt jongens op school een voorbeeld.
83% eens, 11% oneens

Een school moet minstens drie mannelijke leraren in het team hebben.
68% eens, 18% oneens

Het kleine aantal mannen voor de klas is nadelig voor de kwaliteit van het onderwijs.
45% eens, 44% oneens

Het gedrag van vrouwelijke leraren op school onder elkaar maakt dat mannelijke leraren zich er minder thuis voelen:
39% eens, 44% oneens
(52% van de mannen is het hiermee eens)

Liever vijf mannen op een school en op andere geen, dan op elke school maar 1 man.
10% eens, 72% oneens

Mannen en vrouwen hebben een wezenlijk andere benadering van leerlingen.
79% eens, 15% oneens

De kleuterstage moet op pabo’s niet meer de eerste stage en dus kennismaking met het beroep zijn.
73% eens, 14% oneens

Leraren moeten zich kunnen specialiseren op school, zodat de ene leraar bijvoorbeeld alle biologielessen kan geven de andere alle handvaardigheidlessen.
61% eens, 26% oneens

Op de pabo moet minder geplakt en geknipt worden om het voor mannen aantrekkelijker te maken.
53% eens, 30% oneens
(64% van de mannen is het hier mee eens)

Er moeten streefcijfers voor een minimum aantal mannen komen waar schoolbesturen zich aan houden.
39% eens, 44% oneens
(56% van de mannen is het hier mee eens)

Mannelijke studenten op de pabo moeten bij elkaar in een groep worden gezet, zodat ze steun aan elkaar hebben.
32% eens, 52% oneens.

De enquête
In totaal vulden 2.706 werknemers in het primair onderwijs de enquête in, een respons van 12,9% van de totale groep ondervraagden. Alle respondenten zijn werkzaam in het onderwijs en zijn tussen de 20 en 65 jaar. Een derde is man, tweederde is vrouw. De gemiddelde leeftijd is 46 jaar. 72% is groepsleerkracht, 8 procent is (adjunct)directeur, 4 procent onderwijsondersteuner en 16 procent anders, vooral ambulant begeleider of groepsleerkracht met andere taken zoals intern begeleider of it’er.