2 februari 2021

Basisscholen moeten ruimte nemen voor fysiek veilig onderwijs

foto Annemiek Mommers.

CNV Onderwijs roept scholen in het primair onderwijs op om vooral voldoende tijd en ruimte te nemen om het fysieke onderwijs te organiseren. Dat is belangrijk om te voorkomen dat we op korte termijn meteen ook weer uitval van klassen krijgen. Voorzitter Daniëlle Woestenberg: ‘Eerder deze week riepen we al op om fysiek onderwijs voor de basisscholen zo veilig mogelijk te maken. Zoals we van de minister-president hebben kunnen horen stelt het kabinet nu een aantal verscherpte randvoorwaarden.’

‘CNV Onderwijs heeft ingebracht dat scholen zelf ruimte en tijd moeten krijgen om te zien hoe het onderwijs zo veilig mogelijk te organiseren is. Dat hangt immers af van het gebouw, de grootte van de klassen en de mogelijkheden die ook de onderwijsmethode biedt. Zeker nu er ook verschillende regimes gaan gelden voor onderbouw, middenbouw en bovenbouw’, stelt Woestenberg. ‘Neem de tijd en de ruimte om een goed plan te maken in samenspraak met de medezeggenschap, waarbij ook ouders en de opvangvoorziening in het gebouw betrokken zijn. Het moet allemaal wel te doen zijn. Op welke oplossing je dan uitkomt, verschilt per school. Het onderwijs gaat open op 8 februari, maar het gaat niet “gewoon” open.’

Fysiek onderwijs en risico’s

Woestenberg: ‘Wij snappen dat er zorgen zijn, de heropening is mede ingegeven door het belang van de kinderen die nu al sinds medio december thuis zitten. Het OMT spreekt uit dat de rol van kinderen bij de besmetting van corona beperkt is, ook bij de nieuwe varianten. Een kind van vier geeft ook andere risico’s dan een kind van elf, daar is inmiddels ook meer duidelijkheid over. Uit onze ledenraadpleging blijkt dat onderwijsmedewerkers de kinderen graag weer op school zien. Want fysieke school is voor kinderen ontzettend belangrijk. Wel dienen daarbij de randvoorwaarden georganiseerd te worden. Sowieso geldt dat mensen die zelf kwetsbaar zijn óf een kwetsbaar gezinslid hebben, ook thuis kunnen werken, bijvoorbeeld aan digitaal onderwijs.’

Maatwerk geboden

Minister Slob meldde afgelopen zondag dat het primair onderwijs op maandag 8 februari weer open gaat. Woestenberg: ‘Op dit moment is er nog steeds veel onduidelijk over het “hoe dan”. Op woensdag 3 februari spreken we hier weer met het ministerie over. Dat maakt dat het voor veel scholen nu gewoon te kort dag is om alles goed te regelen. De praktische situatie is nu immers anders dan vorig jaar. Ouders moeten rondom de school nog beter verspreid worden. Ook zullen de groepen 7 en 8 in kleine groepjes (de zogenaamde cohorten) moeten gaan werken die onderling afstand moeten houden. Groepen van verschillende leerjaren zullen nog nadrukkelijker gescheiden moeten worden gehouden, ook bij verplaatsingen binnen en rondom het gebouw.’

Puzzel

De puzzel die hierdoor zal ontstaan ziet er volgens Woestenberg op iedere school weer anders uit. ‘Sommige scholen zullen dat snel veilig kunnen regelen. Als een school niet de mogelijkheid heeft om de leerlingen veilig in kleine groepjes, die afstand houden tot elkaar, te laten werken, dan moet de school de tijd nemen om daar oplossingen voor te zoeken. Dat kan bijvoorbeeld de inzet van een buurthuis of gymzaal zijn. Ook de roosters van het personeel moeten op die cohorten worden afgestemd. Dat kan zelfs ook consequenties hebben voor hoeveel fysieke les een school aan iedere leerling kan bieden. In sommige situaties zullen dan ook niet alle kinderen tegelijk op school kunnen zijn. Geen enkele school is aan het onmogelijke gehouden.’

Voortgezet onderwijs

Premier Rutte sprak in de persconferentie uit dat het VO mogelijk per 1 maart weer open zou kunnen. De komende weken spreken CNV Onderwijs en de andere sociale partners en stakeholders met het ministerie over de wijze waarop.