7 juli 2017

Akkoord over aanpassing ABP-pensioenregeling

Gisteren hebben overheids- en onderwijswerkgevers en centrales van overheidspersoneel een onderhandelaarsakkoord bereikt over vereenvoudiging van de ABP-pensioenregeling. Naast vereenvoudiging wordt de pensioenrekenleeftijd aangepast als gevolg van stijging van de fiscale pensioenrichtleeftijd van 67 naar 68 jaar. Met deze wijzigingen stijgt de pensioenpremie per 1 januari 2018 niet met 2,2%-punt, maar met ongeveer 1,4%-punt.

Het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) en de Samenwerkende Centrales voor Overheidspersoneel (SCO), leggen het onderhandelaarsakkoord voor aan hun achterbannen. Na instemming gaan de overeengekomen wijzigingen per 1 januari 2018 gelden voor het personeel bij overheid en onderwijs.

Vereenvoudiging pensioenregeling
Het VSO en de SCO zijn al enige tijd in overleg over vereenvoudiging van de ABP-pensioenregeling. De regeling is in de afgelopen jaren door elkaar opvolgende wijzigingen erg complex geworden. Hierdoor wordt de regeling moeilijker uitlegbaar en uitvoerbaar. Om de regeling te vereenvoudigen is de pensioenregeling op de punten van nabestaandenpensioen, pensioenopbouw tijdens WW en arbeidsongeschiktheidspensioen aangepast. De wijziging bevat een aanzienlijke verbetering van het partnerpensioen. Daar waar de vereenvoudiging een versobering zou kunnen meebrengen, hebben partijen geprobeerd deze zoveel mogelijk te beperken of compenseren.

Pensioenpremie stijgt per 1 januari
De pensioenpremie zal per 1 januari 2018 stijgen. Deze stijging is wel lager dan eind 2016 door het ABP was aangekondigd. Dit komt door de premiedaling van de verhoging van de pensioenrekenleeftijd. Een deel van deze premiedaling is gebruikt voor vereenvoudiging en verbetering van de pensioenregeling, en het restant om de aangekondigde stijging te verzachten.

Pensioenopbouw volgt salarisontwikkeling
Het akkoord bevat ook afspraken over overgang naar maandelijks aanleveren van het pensioengevend salaris per 2022. Hiermee volgt de pensioenopbouw directer de salarisontwikkeling. Maandaanlevering vraagt om wijziging van de administratieve verwerking van salarissen. Dit vraagt om een zorgvuldige voorbereiding en voldoende doorlooptijd om deze wijziging te kunnen invoeren. De doorlooptijd kost dan ook een aantal jaren. Bovendien realiseren sociale partners zich dat de mogelijke aanpassing van het pensioenstelsel, waarover thans wordt gesproken, aanleiding is om te bespreken of invoering van de maandaanlevering op de beoogde datum in de huidige pensioenregeling nog opportuun is. Dit zal besproken worden in 2019.