25 maart 2019

Aanbevelingen Dullaert passend onderwijs al toegepast op Drentse school

foto: Gerrit Boer. Vanaf links: Wilma van Melis, Miranda Slomp, Mirella Peters, Regina van Rikxoort en Henk Stevens

Grote zorgen maakt minister Slob van Onderwijs zich over het feit dat er in 2018 4.479 jongeren drie maanden of langer thuis zaten. Voormalig Kinderombudsman Marc Dullaert deed daarom onderzoek naar hoe scholen invulling geven aan passend onderwijs. Op basisschool De Zwaluw in Zandpol zijn ze al een stap verder. Daar staat de onderwijsbehoefte van leerlingen centraal en zijn methodes niet meer leidend. ‘Wij kijken wat een kind wel kan.’

 We zetten op onze school het kind centraal’, zegt leerkracht Regina van Rikxoort. ‘Iedere leerling werkt op zijn of haar eigen niveau. Kom je bij ons in de klas tijdens rekenen, dan zie je kinderen bezig met verschillende opdrachten. De één rekent op de iPad, een ander met realistische materialen en de volgende maakt een werkblad. We komen tegemoet aan de onderwijsbehoeftes van de leerlingen. Methodes zijn daardoor niet meer leidend.’ De aanpak op De Zwaluw, dat in 2016 nog met sluiting werd bedreigd door een tekort aan leerlingen, heeft ertoe geleid dat kinderen die extra of andere aandacht nodig hebben, naar het vlakbij Emmen gelegen Zandpol komen. ‘Dit zijn bijvoorbeeld leerlingen die al een tijd thuis hebben gezeten, maar ook kinderen uit dorpen die

twintig kilometer verderop liggen’, weet Van Rikxvoort. ‘Er is zelfs een leerplichtambtenaar die bij ons komt vragen of we kinderen een kans willen geven. Zij ziet wat ons onderwijs met hen doet en benadrukt vooral het positieve pedagogisch klimaat.’

Bredere plaatje

Oud-Kinderombudsman Marc Dullaert kreeg van ministers De Jonge (Volksgezondheid) en Slob de vraag: wat moet er gebeuren als het scholen en hulpverleners niet lukt om een passende combinatie van onderwijs en zorg te vinden voor een leerling? Dullaert besloot naar het bredere plaatje te kijken en het hele passende onderwijs te onderzoeken. ‘Ik wilde niet alleen met een pleister komen’, zei hij tegen de Volkskrant.

Reden voor het onderzoek was onder meer dat het soms lastig is om een geschikte school te vinden voor thuiszitters met complexe problematiek. Het ministerie maakte daarom met scholen, leerplichtambtenaren en alle andere betrokken partijen afspraken in het ‘thuiszitterspact’. Daarin staat dat geen enkel kind in 2020 nog langer dan drie maanden thuis mag zitten. Maar het is een doel dat niet gehaald gaat worden, weet Slob nu al.

Casusregisseur

Dullaert sprak met vele partijen in zes regio’s: Ingrado, de koepel van leerplichtambtenaren, de Onderwijsinspectie, de PO-Raad, de VO-raad, vertegenwoordigers van samenwerkingsverbanden passend onderwijs, de ministeries van Onderwijs, VWS en Justitie & Veiligheid en gemeente-ambtenaren. En verder met ouders en kinderen die momenteel geen onderwijs volgen. Uit al deze gesprekken, en het bestuderen van onderzoeken en rapporten, kwam een advies. Zo wil Dullaert dat de leerkracht vanuit zijn signalerende rol hulp kan inroepen. Ook moet er bij wet een casusregisseur komen voor onderwijs en zorg als het multidisciplinaire team na vier weken verzuim niet tot een oplossing komt en er sprake is van een impasse.

Doorbraakteam

Preventie moet daarnaast centraal staan. Situaties met een afbreukrisico voor kind of jongere leiden immers tot schooluitval en thuiszitten. Een preventie-akkoord moet hier de oplossing voor zijn. Dullaert adviseert dat individueel maatwerk moet worden nagestreefd, waardoor er sprake is van leren en zorg naar vermogen.

Dreigt er na acht weken geen passend onderwijs te zijn in de aanstaande vier weken, dan moet een doorbraakteam gemobiliseerd worden, met daarin onderwijs, jeugdhulpverlening, jeugdgezondheidszorg, leerplichtambtenaren, Raad voor de Kinderbescherming, Veiligheidshuis en jeugdbescherming. Mocht dit nog steeds niet tot een doorbraak leiden, en een impasse dreigt te ontstaan, dan kan de casusregisseur tot arbitrage overgaan. De ouders wordt dan gevraagd aan bindende arbitrage mee te werken, zij kunnen dan zelf een vertegenwoordiger aanwijzen.

Haalbare doelen

Op De Zwaluw lopen ze al enige tijd vooruit op bovenstaande adviezen van Dullaert. Inmiddels is er een dubbel aantal leerlingen, met dank aan mond-op-mond reclame en ouders die daar een rol bij speelden.

Een andere wezenlijke verandering is dat de school het eigenaarschap van het leerproces bij de leerling legt. Van Rikxoort: ‘Dit zijn mooie woorden die we op school écht in praktijk brengen en waarvan wij, leerkrachten, zien dat het werkt. Ook de kinderen beamen dat. Leerlingen voelen zich competent omdat de doelen die ze stellen haalbaar zijn.’

Dat geldt volgens haar ook voor doelen op sociaal gebied. ‘Want ook daarmee valt veel te leren. Kinderen voorbereiden op de snel veranderende maatschappij en ze vaardigheden bijbrengen waarmee ze zich staande kunnen houden, nu en in de toekomst.’ Daar horen ook leerzame uitstapjes bij: bijvoorbeeld naar het museum of naar een boerderij. ‘We merken dat doen en ervaren in de praktijk veel meer beklijft. Verder vergroten we de wereld van de kinderen door onder andere samen te werken met een zorgcentrum. Zo genieten we van elkaars gezelschap en leren we van en met elkaar.’

Fouten maken mag

Op haar school wordt in mogelijkheden gedacht, zegt Van Rikxoort. ‘We kijken wat een kind wèl kan en welke behoeftes ieder kind heeft. De relatie staat daarin centraal. Leerlingen vertrouwen elkaar en de leerkracht. Die geeft verantwoording en vertrouwen aan de leerlingen. ‘We nemen de tijd om met kinderen te praten. Wanneer we merken dat er iets speelt in de groep dan gaan we dat (soms met de hele groep) bespreken en met elkaar nadenken over een oplossing.’ Je merkt dat kinderen zich daardoor verantwoordelijk gaan voelen en ook zelf probleemoplossend gaan denken, legt ze uit. ‘Fouten maken mag, het gaat erom wat je ervan leert en wat je de volgende keer anders zou kunnen doen. Dit merken we niet alleen binnen de muren van de school; we krijgen dit ook van ouders terug. Er hangt een fijne sfeer, de kinderen voelen zich goed en gezien.’ Het faciliteren van het onderwijs ziet ze als de grootste uitdaging voor de komende jaren. ‘De diversiteit tussen leerlingen vraagt om een andere aanpak waarbij extra handen in de klas hard nodig zijn.’

tekst: Meike Bergwerff