Behoud starters!

CNV4Astarters geen blijvertje

1 op de 3 startende leraren verlaat onderwijs binnen 5 jaar

Uit mobiliteitsonderzoek (POMO, 2014 en factsheet VOION, 2014) blijkt dat een groot gedeelte van de startende leerkrachten zijn of haar onderwijscarrière snel weer beëindigt.

In het eerste jaar stroomt 15 procent tot 26 procent van de starters uit. Na vijf jaar is dit 18 procent in het primair onderwijs en 31% in het voortgezet onderwijs. Volgens Personeels- en Mobiliteitsonderzoek (2014) is 35,2 procent van de uitstromende leerkrachten in het primair onderwijs jonger dan 35 jaar.

Het werken in het onderwijs blijkt vaak anders dan verwacht. De hoeveelheid administratieve rompslomp, die er voor zorgt dat tijd en energie ontbreken om les te geven, staat veel starters tegen. Een vaak gehoorde klacht is opgeslokt te worden door de zaken om het lesgeven heen. Leraren komen tijd te kort om mooie ideeën en kennis uit de opleiding toe te passen en lessen voor te bereiden, tenzij wordt gekozen voor de avonduren en weekenden. Daarnaast is het financiële perspectief ook niet rooskleurig en zijn er weinig doorgroeimogelijkheden.

Dat het werken in het onderwijs niet populair is blijkt ook uit de beroepenprestigeladder. Dit is een ranglijst van populaire beroepen. Hierop  is de leraar primair onderwijs in de afgelopen jaren van plek 42 naar 69 gezakt en de tweedegraads leraar voortgezet onderwijs van 34 naar plek 50 (ROA, 2017).

CNV4B imago keldert

Wat is hiervoor de oplossing?

Startende leraren hebben goede begeleiding nodig en ruimte om het vak echt onder de knie te krijgen. Dit betekent dat takenpakketten moeten worden aangepast en lessen gereduceerd. De inzet van een coach vraagt ook om een investering.

CNV Onderwijs wil dat de politiek extra gaat investeren om ook te zorgen dat startende leraren hun passie voor onderwijs behouden. Daarnaast willen we ook dat zij uitgedaagd blijven door betere loopbaanmogelijkheden. Wij willen daarom dat er meer geld komt om werkdruk aan te pakken en het financiële perspectief te verbeteren. Voor primair en voortgezet onderwijs is hier in 2020 in totaal €423,5 miljoen voor nodig.